Ambtsbrief / Dienstcorrespondentie.
Origineel
Ambtsbrief / Dienstcorrespondentie. 24 juni 1939. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen. GEMEENTE AMSTERDAM
№ 85/47/4 M. 1339 [stempel met handgeschreven toevoeging]
AFD. L.M.
No. 342 (1939).
BIJLAGEN
AMSTERDAM, 24 Juni 1939.
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER EN DE AFDEELING VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN.
In antwoord op Uw schrijven d.d. 18 April j.l., No. 85-47-3 M., betreffende aanvulling van het Reglement op de markten met een voorschrift inzake het plaatsen van kramen, deel ik U mede, de voorkeur te geven aan de hieronder geplaatste toevoeging van art. 27:
"De Directeur van het Marktwezen is bevoegd, in gevallen te zijner beoordeeling, indien hij dit in verband met den goeden gang van zaken op de markten wenschelijk acht, te verbieden, aldaar andere kramen op te zetten of te hebben dan die zijn gehuurd van personen, wien door Burgemeester en Wethouders vergunning is verleend op grond van art. 344 lid 1 onder b. jo. art. 5 der A.P.V.".
Het heeft bij mij echter nog een ernstig punt van overweging uitgemaakt, dat op een eventueelen aandrang tot motiveering van een verbod Uwerzijds, geen voldoende motiveering is te geven; een vast bewijs van zulk een motief tot verbieden zal niet te leveren zijn. Ik acht het daarom wel wenschelijk, om bij opname van genoemde redaktie tevens de mogelijkheid van een beroep op Burgemeester en Wethouders open te stellen, of een verbod Uwerzijds aan een termijn van b.v. een tweetal weken te binden en daarna zoo noodig een langer of een blijvend verbod door Burgemeester en Wethouders – dit naar analogie van straffen – te doen uitvaardigen.
Ik zal gaarne hierover het advies van de Commissie van Advies voor de Markten vernemen.
HD
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen,
[Handtekening: H.C. Seeder(?)]
Aan den heer Directeur van den Dienst van het Marktwezen.
Model G.A. 6
25.000-1-'39 * Onderwerp: Wijziging van het Reglement op de markten in Amsterdam, specifiek betreffende de regulering van marktkramen.
* Kerninhoud: De Wethouder reageert op een voorstel om de Directeur van het Marktwezen meer bevoegdheden te geven om kramen te verbieden die niet via de officiële weg (vergunninghouders) gehuurd zijn.
* Juridische nuance: De wethouder uit zijn zorgen over de rechtsstatelijke houdbaarheid van dergelijke verboden. Hij merkt op dat een gebrek aan motivatie problematisch kan zijn bij bezwaar. Daarom stelt hij controlemechanismen voor:
1. Een beroepsmogelijkheid bij het college van B&W.
2. Het beperken van de bevoegdheid van de Directeur tot een tijdelijk verbod (bijv. twee weken), waarna B&W moet beslissen over een definitief verbod (analoog aan strafrechtelijke procedures).
* Terminologie: Het document verwijst naar de A.P.V. (Algemeene Politie-Verordening), wat de wettelijke basis vormt voor stedelijke handhaving. Dit document stamt uit juni 1939, een periode vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze tijd was de Amsterdamse marktsector zeer streng gereguleerd om de openbare orde te handhaven en oneerlijke concurrentie tegen te gaan. De "Dienst van het Marktwezen" was een machtig orgaan binnen de gemeente.
De wethouder in kwestie beheerde een diverse portefeuille (Levensmiddelen, de Gemeentewaschinrichting, Bad- en zweminrichtingen), wat typerend was voor de brede bemoeienis van de gemeente met het dagelijks leven van de burger in de jaren '30. De nadruk op een goede 'motiveering' en beroepsmogelijkheden toont de ontwikkeling van het administratief recht in die tijd, waarbij de burger beschermd moest worden tegen al te willekeurig handelen van ambtenaren (de 'Directeur').