Archief 745
Inventaris 745-300
Pagina 412
Dossier 7
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtelijke brief/correspondentie.

4 december 1939 (met handgeschreven aantekening: Verzonden 5/12-'39). Van: Waarschijnlijk een secretarie-afdeling of commissievoorzitter (gelet op de referentie aan een opdracht van de Wethouder). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier.

Origineel

Ambtelijke brief/correspondentie. 4 december 1939 (met handgeschreven aantekening: Verzonden 5/12-'39). Waarschijnlijk een secretarie-afdeling of commissievoorzitter (gelet op de referentie aan een opdracht van de Wethouder). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier. VP/HG.

85/47/67.
~~85/47/6~~ M.

[handgeschreven: ter. Mr. de Boer. / ter Mr. Muller]

[handgeschreven: Verzonden 5/12-'39.]
4 December 1939.

Aanvulling Reglement op de
Markten met voorschrift inzake
het plaatsen van kramen.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat ik, overeenkomstig de opdracht vervat in Uw missive d.d. 24 Juni jl. (No. 342 L.M. 1939) de daarin omschreven toevoeging van artikel 27 van het Reglement op de Markten aan de orde heb gesteld in de Commissie van Advies voor de Markten, die daarover heeft vergaderd op 17 Juli en 27 November jl. Bij haar na te melden advies heeft de Commissie rekening gehouden met de omstandigheid, dat in de maand October jl. een afspraak tot stand is gekomen tusschen de vertegenwoordigers der marktkooplieden- en die der kramenzetters-organisaties, welke afspraak het navolgende omvat:

a. een koopman is vrij om eigen materiaal (kar of stal) aan te schaffen, in geval blijkt, dat het bedrijf van dien koopman aanschaffing van dit materiaal noodzakelijk maakt;

b. indien de koopman geen eigen loods of bergplaats bezit om dit nieuwe materiaal te stallen, moet hij dit materiaal bij voorkeur bergen bij den verhuurder, waar hij vroeger zijn kar of stal huurde;

c. het aan te schaffen materiaal zal als regel contant moeten worden betaald; (De beoordeeling hieromtrent zal worden overgelaten aan de in d. bedoelde subcommissie).

d. elke aanvraag tot aanschaffing van eigen materiaal zal ter beoordeeling worden voorgelegd aan een sub- Het document betreft een formeel verslag over de voortgang van een wijziging in de marktreglementen van een (niet nader genoemde) gemeente. Centraal staat de aanpassing van artikel 27, die betrekking heeft op het bezit en de stalling van eigen marktkramen of -karren door kooplieden.

De kernpunten van de voorgestelde regeling zijn:
1. Privaat eigendom: Kooplieden krijgen de vrijheid om eigen materiaal aan te schaffen mits noodzakelijk voor de bedrijfsvoering.
2. Logistiek: Er wordt een richtlijn gegeven voor de opslag; als men zelf geen ruimte heeft, moet men bij de voormalige verhuurder stallen (ter bescherming van de bestaande stallinghouders).
3. Financieel: Betaling dient in principe contant te geschieden.
4. Toezicht: Er wordt een subcommissie ingesteld om aanvragen te beoordelen, wat duidt op een streng gereguleerde markttoegang.

De tekst breekt abrupt af onderaan de pagina, midden in de beschrijving van de bevoegdheden van de subcommissie. De brief is gedateerd op 4 december 1939. Hoewel de Tweede Wereldoorlog in september 1939 in Europa was uitgebroken, was Nederland op dit moment nog neutraal. Het dagelijks bestuur en de lokale economische regulering, zoals de organisatie van markten, gingen gewoon door.

De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode een cruciale functie, aangezien de overheid zich steeds meer moest bemoeien met de voedselvoorziening en distributie vanwege de internationale spanningen. De afspraken tussen "marktkooplieden" en "kramenzetters-organisaties" tonen aan dat er belangenconflicten speelden: kramenzetters (verhuurders) dreigden inkomsten te verliezen als kooplieden massaal eigen kramen zouden aanschaffen, vandaar de voorwaarde onder punt 'b' om de opslaginkomsten voor de verhuurders te waarborgen. De spelling is conform de toen geldende "Spelling-Marchant" (bijv. "tusschen", "jl.").

Samenvatting

Het document betreft een formeel verslag over de voortgang van een wijziging in de marktreglementen van een (niet nader genoemde) gemeente. Centraal staat de aanpassing van artikel 27, die betrekking heeft op het bezit en de stalling van eigen marktkramen of -karren door kooplieden.

De kernpunten van de voorgestelde regeling zijn:
1. Privaat eigendom: Kooplieden krijgen de vrijheid om eigen materiaal aan te schaffen mits noodzakelijk voor de bedrijfsvoering.
2. Logistiek: Er wordt een richtlijn gegeven voor de opslag; als men zelf geen ruimte heeft, moet men bij de voormalige verhuurder stallen (ter bescherming van de bestaande stallinghouders).
3. Financieel: Betaling dient in principe contant te geschieden.
4. Toezicht: Er wordt een subcommissie ingesteld om aanvragen te beoordelen, wat duidt op een streng gereguleerde markttoegang.

De tekst breekt abrupt af onderaan de pagina, midden in de beschrijving van de bevoegdheden van de subcommissie.

Historische Context

De brief is gedateerd op 4 december 1939. Hoewel de Tweede Wereldoorlog in september 1939 in Europa was uitgebroken, was Nederland op dit moment nog neutraal. Het dagelijks bestuur en de lokale economische regulering, zoals de organisatie van markten, gingen gewoon door.

De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode een cruciale functie, aangezien de overheid zich steeds meer moest bemoeien met de voedselvoorziening en distributie vanwege de internationale spanningen. De afspraken tussen "marktkooplieden" en "kramenzetters-organisaties" tonen aan dat er belangenconflicten speelden: kramenzetters (verhuurders) dreigden inkomsten te verliezen als kooplieden massaal eigen kramen zouden aanschaffen, vandaar de voorwaarde onder punt 'b' om de opslaginkomsten voor de verhuurders te waarborgen. De spelling is conform de toen geldende "Spelling-Marchant" (bijv. "tusschen", "jl.").

Gerelateerde Documenten 6