Getypt afschrift van een ambtelijke brief.
Origineel
Getypt afschrift van een ambtelijke brief. 23 mei 1940. De Hoofdcommissaris van Politie (namens deze de Commissaris van Politie voor de Justitiële Dienst). De Burgemeester van Amsterdam. No.1/22/2 M.1940 1/6 AFSCHRIFT.
--------------------------------------------------------------------------------
No.1512a Kabinet van den Burgemeester. No.447 L.M.1940.
HOOFDBUREAU VAN POLITIE TE AMSTERDAM.
Dict.P./
Groep C. Amsterdam, 23 Mei 1940.
Doss.G.15.II.1940
No.3417 G.1940.
Onder verwijzing naar mijn brief no.3417 G.d.d.
1 Mei jl. betreffende het onderzoek naar de verdwijning
van een zestal foto's van marktkooplieden, uit de admini-
stratie van den dienst van het Marktwezen alhier, heb ik
de eer UEdelAchtbare te berichten, dat de Officier van
Justitie te Amsterdam, mij schriftelijk heeft medegedeeld,
dat in deze aangelegenheid door hem geen strafvervolging
wordt ingesteld, daar deze zaak geen strafbaar feit bevat.
De Hoofdcommissaris van
Politie, namens dezen de
Commissaris van Politie,
toegevoegd voor den Justi-
tieelen Dienst,
w.g.onleesbaar.
Kennisgenomen:
De Directeur van het Marktwezen,
w.g.Dr.A.v.d.Laan
Aan den Heer Burgemeester
van A m s t e r d a m . * Inhoud: De brief dient om de burgemeester formeel op de hoogte te stellen van het besluit van de Officier van Justitie om een onderzoek te staken. Het onderzoek betrof de vermissing van zes foto's van marktkooplieden uit de administratie van het Marktwezen. De conclusie is dat er geen sprake is van een strafbaar feit, waardoor vervolging uitblijft.
* Vorm: Het betreft een zakelijke, ambtelijke correspondentie. De stijl is formeel en hoffelijk (gebruik van "UEdelAchtbare"). Het document is een doorslag of getypt afschrift, herkenbaar aan de aanduiding "AFSCHRIFT" en de afkorting "w.g." (was getekend) voor de namen van de ondertekenaars.
* Staat van het document: Het papier vertoont lichte verkleuring en enkele vlekken, typerend voor archiefstukken uit deze periode. Er zijn ponsgaatjes zichtbaar aan de linkerzijde. * Historische context: De datum van de brief, 23 mei 1940, is zeer significant. Nederland was op dat moment net gecapituleerd (15 mei 1940) en de Duitse bezetting van Amsterdam was pas een week gaande. Desondanks functioneerde het Nederlandse ambtelijke apparaat, waaronder de politie en het Openbaar Ministerie, in deze beginfase nog grotendeels volgens de bestaande procedures en wetgeving.
* Bestuurlijke context: Het Marktwezen in Amsterdam was een belangrijke gemeentelijke dienst. In de jaren dertig en veertig was de registratie van marktkooplieden nauwkeurig, inclusief pasfoto's op vergunningen.
* Mogelijke implicaties: Hoewel de brief spreekt van "geen strafbaar feit", is de verdwijning van persoonsgegevens (foto's) uit de administratie in mei 1940 opvallend. In de context van de bezetting kregen persoonsregistraties van de overheid een beladen betekenis, zeker aangezien een groot deel van de Amsterdamse markthandel in handen was van Joodse ondernemers. Het is onduidelijk of de verdwijning van de foto's een poging was om mensen te beschermen, dan wel een administratieve onregelmatigheid in de chaos van de eerste oorlogsdagen. C. Amsterdam C. Doss Hoofdbureau Marktwezen Politie