Officieel extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Origineel
Officieel extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. Vrijdag, 5 april 1940. [Linksboven, gestempeld/geschreven:]
Nº / 24 / M. 1940 15/4
[Linksboven, handgeschreven:]
Gezien [onleesbare paraaf, mogelijk 'Wh']
No. 22/3^b Arb. 1940.
359 hm. 1940
[Rechtsboven, handgeschreven:]
Markten
[Rechtsboven, getypt:]
Tot het ter kennis brengen van de hoofden der takken van dienst van het door den Minister van Sociale Zaken algemeen verbindend verklaren eener collectieve arbeidsovereenkomst voor het schildersbedrijf, alsmede tot het als geldend aannemen eener wijziging in deze collectieve arbeidsovereenkomst.
[Midden:]
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Vrijdag, 5 April 1940.
Op voorstel van den Wethouder voor de Arbeidszaken neemt de vergadering het volgende besluit:
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam;
Gezien een missive van den Nederlandschen Schildersgezellenbond van 7 Februari 1940, houdende toezending van een exemplaar eener collectieve arbeidsovereenkomst voor het schildersbedrijf in Nederland, welke overeenkomst bij beschikking van den Minister van Sociale Zaken van 21 December 1939, opgenomen in de Nederlandsche Staatscourant van denzelfden datum No. 250, met ingang van 1 Januari 1940 algemeen verbindend is verklaard;
Gezien verder een missive van den Bedrijfsraad voor het Schildersbedrijf (ingesteld bij Koninklijk Besluit van 6 Juli 1935) dd. 21 Maart 1940, houdende mededeeling, dat partijen der collectieve arbeidsovereenkomst voor het schildersbedrijf, welke is aangegaan voor het tijdvak van 1 Januari 1940 tot en met 31 December 1940, zijn overeengekomen, met ingang van 1 April 1940 een duurtetoeslag op de minimum-uurloonen, genoemd in deze overeenkomst, toe te passen;
B e s l u i t e n :
I a ter kennis te brengen van de hoofden der gemeentelijke takken van dienst, dat de Minister van Sociale Zaken algemeen verbindend heeft verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst voor het schildersbedrijf in Nederland, in werking getreden op 1 Januari 1940 en eindigende op 31 December 1940;
b de hoofden van genoemde takken van dienst uit te noodigen, er op toe te zien, dat de bepalingen van de onder a vermelde collectieve arbeidsovereenkomst worden nageleefd, met betrekking tot onder hun directie uit te voeren werken, waarop van toepassing zijn de "Bepalingen omtrent minimum-loon en maximum-arbeidsduur in de bestekken voor gemeentewerken";
II in afwachting van de beschikking van den Minister op het verzoek van den Bedrijfsraad om verbindendverklaring van een wijziging in de collectieve arbeidsovereenkomst, aan te nemen als geldend voor het schildersbedrijf de door partijen der collectieve arbeidsovereenkomst, vermeld onder I, gesloten nadere overeenkomst tot toepassing van een duurtetoeslag, groot resp. één cent, twee cent en drie cent op de uurloonen resp. tot en met 30 cent, van 31 tot en met 50 cent, en van 51 tot en met 62 cent, een en ander ingaande op 1 April 1940.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Arbeidszaken (10 stuks) en Publieke Werken (10 stuks) en voorts aan alle overige afdeelingen der Gemeentesecretarie, alsmede aan het Bureau Gemeentesecretaris (5 stuks), het Pensioenbureau en den Gemeente-ontvanger.
EL
Voor eensluidend extract,
de Secretaris,
(get.) VAN LIER.
[Rechtsboven, paraaf in rode inkt over de tekst] * Juridische context: Het document beschrijft de formele adoptie door de gemeente Amsterdam van een landelijke CAO voor schilders. Sinds de Wet op het algemeen verbindend en onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten (1937) konden arbeidsvoorwaarden voor een hele sector verplicht worden gesteld.
* Sociaal-economisch aspect: Er is sprake van een "duurtetoeslag". Dit was een loonaanpassing om de stijgende kosten van levensonderhoud (inflatie) op te vangen. De toeslag is progressief opgebouwd: hoe hoger het basisloon, hoe hoger de toeslag (1 tot 3 cent per uur).
* Bestuurlijk: Het besluit dwingt de hoofden van gemeentelijke diensten (zoals Publieke Werken) om strikt toe te zien op de naleving van deze loonnormen bij projecten die onder hun verantwoordelijkheid vallen.
* Taalgebruik: Het document is opgesteld in het vooroorlogse ambtelijk Nederlands (spelling-Marchant), herkenbaar aan woorden als "eener", "denzelfden" en "uurloonen". Dit document dateert van 5 april 1940, slechts vijf weken voordat nazi-Duitsland Nederland binnenviel (10 mei 1940). Het biedt een inkijkje in de normale bureaucratische gang van zaken in Amsterdam aan de vooravond van de oorlog. De focus op arbeidsvoorwaarden en de "duurtetoeslag" wijst op de economische spanningen van die tijd; de mobilisatie en de oorlogsdreiging in Europa zorgden al voor prijsstijgingen. De ondertekenaar, mr. dr. G. van Lier, was de gemeentesecretaris van Amsterdam; hij bleef in de eerste oorlogsjaren in functie maar werd later door de bezetter ontslagen vanwege zijn Joodse afkomst. Dit document is daarmee een tastbaar overblijfsel van de laatste dagen van het vrije Amsterdamse stadsbestuur voor de bezetting.