Archiefdocument
Origineel
29 mei 1940 (genoteerd als 29/5) Onbekende ambtenaar/controleur (waarschijnlijk van de Dienst Marktwezen) № 1/44/ M. 1940 29/5.
Hr Inspecteur
Marktwezen.
Naar aanleiding van het door mij ingestelde onderzoek deel ik U het volgende mede.
De auto van den Heer C. v Duin genummerd G 49211 stond op de Droogbak geparkeerd.
Wat de Auto van den Heer G Hoogland betreft het volgende.
Bij onderzoek bleek mij dat hij bij den Heer Helsloot in de Govert Flinckstraat een bakfiets huurde, zijn auto had hij eerst in deze straat geparkeerd, doch daar de straatjeugd tijdens zijn afwezigheid de boel vernielde, heeft hij zijn auto in de Pieter Baststraat gezet en wel voor perceel genummerd 4. Ik heb den Heer Hoogland medegedeeld alsdat hij in het vervolg van deze verplaatsing mededeeling moet doen, waaraan hij dan ook stipt zal voldoen. Ook heb ik de vernieling van zijn ruiten geconstateerd.
Het geval Y Bleeker is ingewikkelder. Deze moet zijn wagen parkeren in de Roetersstraat, bij de gehouden controle was deze wagen daar ter plaatse niet aanwezig. Na informatie kwam ik te weten, alsdat Bleeker kwam met zijn auto aan de Sint Elisabeth Stichting gelegen Mauritskade hoek s'Gravesandestraat.
De Stoker-Portier verklaarde mij alsdat Bleeker driemaal per week namelijk Dinsdag Donderdag en Zaterdag aan het gesticht afleverde en dan om circa half vijf zijn kisten kwam terughalen, doch dat zijn zoon om circa half drie ook wel kisten kwam brengen.
Ik heb aan de stoker verzocht wanneer Bleeker of zijn zoon in de middag kwamen of zij dan even wilde wachten daar ik om 3 uur terug zou komen. Toen ik om circa half drie mij weder aan het gesticht vervoegde was Bleeker nog niet aanwezig. Ik ben toen verder met het onderzoek van Hoogland gegaan en toen ik om half vier aan het gesticht terugkwam verklaarde de portier mij dat de zoon van Bleeker zich noemende Cor Bleeker er was geweest en hem had verzocht even te willen wachten omrede er een ambtenaar was geweest die hem wenschte te spreken over de auto van zijn Vader. Nu moet ik U even mededeelen alsdat de stoker wanneer hij naar zijn ketels moet kijken verplicht is de buitendeur op slot te doen. Dit was ook het geval toen de zoon van Bleeker binnen was. Toen de stoker terugkwam had Bleeker zijn zoon de deur geforceerd en was verdwenen, vermoedelijk met het doel zijn vader te waarschuwen, want ook Bleeker is niet meer gekomen. Het document is een ambtelijk verslag over de handhaving van parkeervoorschriften voor bedrijfsvoertuigen (marktkooplieden) in Amsterdam. Er worden drie specifieke gevallen behandeld:
- C. v Duin: Een relatief eenvoudige constatering van een geparkeerde auto op de Droogbak.
- G. Hoogland: Deze handelaar heeft zijn auto verplaatst van de Govert Flinckstraat naar de Pieter Baststraat vanwege vandalisme door "straatjeugd" (ingeslagen ruiten). De controleur geeft een waarschuwing dat wijzigingen in parkeerlocaties voortaan gemeld moeten worden.
- Y. Bleeker: Dit is het meest opmerkelijke relaas. Bleeker parkeert niet op de toegewezen plek (Roetersstraat) maar bij de Sint Elisabeth Stichting. Er ontstaat een bijna filmische situatie waarbij de zoon van Bleeker, Cor, door de portier van het gesticht min of meer wordt vastgehouden (achter een gesloten deur). De zoon weet echter te ontsnappen door de deur te forceren, vermoedelijk om zijn vader te waarschuwen voor de naderende controleur.
Het handschrift is een vlot, goed leesbaar zakelijk handschrift uit de vroege 20e eeuw, met typisch taalgebruik uit die tijd ("alsdat", "omrede", "perceel"). Het document dateert van 29 mei 1940. Dit is slechts twee weken na de Nederlandse capitulatie aan nazi-Duitsland (15 mei 1940). Hoewel de bezetting nog in de beginfase verkeerde, bleven de civiele diensten zoals het Marktwezen gewoon functioneren onder de bestaande Nederlandse wet- en regelgeving.
De strikte controle op parkeerplaatsen en de verplichting om op vaste plekken te staan, had vaak te maken met de schaarste aan ruimte en de logistiek rondom de Amsterdamse markten. De vermelding van "straatjeugd" die auto's vernielde, geeft een klein inkijkje in de sociale onrust of baldadigheid in de volksbuurten van die tijd. De ontsnapping van Cor Bleeker suggereert dat handelaren in die periode wellicht op hun hoede waren voor overheidscontroleurs, mogelijk vanwege aangescherpte regels omtrent distributie of vrees voor vordering van voertuigen.