Getypte brief/nota (typoscript).
Origineel
Getypte brief/nota (typoscript). 4 juni (jaar niet vermeld, vermoedelijk jaren '40). De Directeur (van de Centrale Markt). 1 4 Juni x 40
1/45/2 den Heer Wethouder voor
Alhier. de Levensmiddelen
terreinen van een conservenbedrijf, een fruit preserveerings
bedrijf en een magazijn voor landbouwmachines. Indien deze
onderhandelingen tot resultaat zouden voeren, is het onge-
twijfeld een marktbelang, dat de bedoelde bedrijven ter
plaatse kunnen worden gevestigd. Bovendien zal misschien
terrein noodig zijn voor het eventueele composteeren van
marktvuil, waaromtrent een onderzoek wordt gedaan. Ik meen
dan ook, dat de reserveterreinen der Centrale Markt voorals-
nog niet voor het telen van groente in aanmerking moeten
komen.
De Directeur, * **Inhoud:** Het betreft een advies van de directeur van de Centrale Markt aan de wethouder. Hij ontraadt het gebruik van de reserveterreinen voor groenteteelt.
- Argumentatie: De directeur voert twee hoofdredenen aan om de terreinen vrij te houden:
- Er lopen onderhandelingen met drie specifieke bedrijven (conserven, fruitconservering en landbouwmachines) die zich daar mogelijk willen vestigen, wat in het belang van de markt is.
- Er loopt een onderzoek naar het composteren van marktvuil op deze terreinen.
- Taalgebruik: Het taalgebruik is formeel en ambtelijk. De spelling is de spelling-Marchant (gebruikt tussen 1934 en 1947), te zien aan woorden als "noodig", "eventueele" en "composteeren". Dit document stamt zeer waarschijnlijk uit de periode rond de Tweede Wereldoorlog of de vroege wederopbouw in Amsterdam. De "Centrale Markt" verwijst naar de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam (geopend in 1934).
Tijdens de oorlogsjaren was er een grote behoefte aan voedselproductie binnen de stadsgrenzen, waarbij elk stukje braakliggend terrein vaak werd gebruikt voor groenteteelt (moestuinen). De directeur van de markt lijkt hier echter prioriteit te geven aan de industriële en logistieke functie van de markt boven de tijdelijke noodzaak van directe voedselverbouwing. De functie van "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in die tijd van cruciaal belang voor de stedelijke distributie en voedselvoorziening.