Dienstbrief / Ambtelijk schrijven
Origineel
Dienstbrief / Ambtelijk schrijven 1 augustus 1940 De Directeur (waarnemend) van de Centrale Dienst van de Levensmiddelenvoorziening, Amsterdam 1 Augustus 40
den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,
R a a d h u i s
AMSTERDAM
----------
KEUKEN-KINDERVOEDING
3958
Bijgaand heb ik de eer U te doen toekomen een
heden door mij van de firma Auto Repair Works ontvangen schrij-
ven houdende mededeeling, dat haar voor de maand Augustus 1940
slechts 1.500 Ltr. benzine is toegewezen, terwijl het verbruik
voor het vervoer van het voedsel van de kindervoeding 3.000
Ltr. per maand is.
Ik geef U in overweging bij den Rijksinspecteur
voor het verkeer een extra toewijzing voor de maand Augustus
1940 van nog 1.500 Ltr. benzine aan te vragen en tevens voor
de volgende maanden een minimum toewijzing voor 3.000 Ltr. te
verzoeken.
De Directeur v.d.Centr.Dienst
v.d.Levensmiddelenvoorziening,
[handtekening]
waarnemend. * Kernprobleem: Er is een acuut tekort aan brandstof voor de logistiek van de kindervoeding in Amsterdam. De toegewezen hoeveelheid (1.500 liter) is precies de helft van wat er feitelijk nodig is (3.000 liter).
* Betrokken partijen:
* Auto Repair Works: De firma die waarschijnlijk verantwoordelijk was voor het transport of het onderhoud van het wagenpark.
* Centrale Dienst van de Levensmiddelenvoorziening: De gemeentelijke instantie die de voedselvoorziening in goede banen moest leiden.
* Rijksinspecteur voor het verkeer: De nationale autoriteit die over de distributie van brandstoffen ging.
* Toon: Formeel-ambtelijk ("ik heb de eer U te doen toekomen", "Ik geef U in overweging"). De brief weerspiegelt de bureaucratische realiteit van schaarste waarin elke liter brandstof via officiële weg verantwoord en aangevraagd moest worden. Dit document stamt uit de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland (augustus 1940). Hoewel de grootschalige honger pas later in de oorlog zou toeslaan, was de distributie van schaarse goederen zoals benzine direct na de inval strikt gereguleerd en gerantsoeneerd.
De "Centrale Dienst van de Levensmiddelenvoorziening" speelde een cruciale rol in het draaiende houden van de stad. "Keuken-Kindervoeding" verwijst naar de georganiseerde maaltijdverstrekking aan kinderen, vaak via scholen of centrale keukens, om ondervoeding te voorkomen. Het feit dat zelfs voor zoiets essentieels als kindervoeding een tekort aan brandstof ontstond, toont aan hoe snel de oorlogseconomie de civiele logistiek onder druk zette. De noodzaak om via de Wethouder bij een Rijksinspecteur aan te kloppen, illustreert de hiërarchische weg die bewandeld moest worden om extra middelen te verkrijgen in een tijd van toenemende centrale controle door de bezetter en de Nederlandse overheid in opdracht van de bezetter.