Getypte brief (doorslag op dun papier).
Origineel
Getypte brief (doorslag op dun papier). 22 november 1940. De Directeur (organisatie niet expliciet vermeld, mogelijk een andere overheidsinstantie). Verzonden 22/11 [handgeschreven]
HG.
den Heer Directeur van het Centraal
Bureau voor de Statistiek,
te
's-Gravenhage.
1/62/42 M. 1 22 November 1940.
Ten vervolge op mijn brief d.d. 18 November jl. (No.1/62/40
M.) heb ik de eer U in bijlage dezes alsnog 1 enquête-formulier
(No.Ch.27) te doen toekomen, genummerd met volgno.653.
De Directeur, Deze brief is een formeel administratief begeleidend schrijven. De kern van de boodschap is de nalevering van een ontbrekend enquêteformulier dat bij een eerdere zending (van 18 november 1940) gevoegd had moeten zijn.
De taal is kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie van het midden van de 20e eeuw: hoffelijk ("heb ik de eer U... te doen toekomen") en beknopt. Het gebruik van specifieke nummers zoals "No.Ch.27" en "volgno.653" wijst op een strak gereguleerd administratief proces waarbij elk formulier individueel geregistreerd werd. De handgeschreven aantekening bovenaan dient als bewijs van verzending voor het eigen archief. Het document dateert van november 1940, de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze tijd bleef het Nederlandse overheidsapparaat, waaronder het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), functioneren onder toezicht van de bezetter.
Het CBS speelde een cruciale rol in het verzamelen van data die van belang waren voor de distributie, economische planning en later ook voor de registratie van de bevolking. Hoewel dit document op het eerste gezicht een triviale administratieve correctie lijkt, illustreert het hoe de bureaucratische machine onverstoord doordraaide tijdens de eerste oorlogsmaanden. De specifieke enquête (No.Ch.27) zou betrekking kunnen hebben op een van de vele inventarisaties die in die periode werden uitgevoerd.
Samenvatting
Deze brief is een formeel administratief begeleidend schrijven. De kern van de boodschap is de nalevering van een ontbrekend enquêteformulier dat bij een eerdere zending (van 18 november 1940) gevoegd had moeten zijn.
De taal is kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie van het midden van de 20e eeuw: hoffelijk ("heb ik de eer U... te doen toekomen") en beknopt. Het gebruik van specifieke nummers zoals "No.Ch.27" en "volgno.653" wijst op een strak gereguleerd administratief proces waarbij elk formulier individueel geregistreerd werd. De handgeschreven aantekening bovenaan dient als bewijs van verzending voor het eigen archief.
Historische Context
Het document dateert van november 1940, de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze tijd bleef het Nederlandse overheidsapparaat, waaronder het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), functioneren onder toezicht van de bezetter.
Het CBS speelde een cruciale rol in het verzamelen van data die van belang waren voor de distributie, economische planning en later ook voor de registratie van de bevolking. Hoewel dit document op het eerste gezicht een triviale administratieve correctie lijkt, illustreert het hoe de bureaucratische machine onverstoord doordraaide tijdens de eerste oorlogsmaanden. De specifieke enquête (No.Ch.27) zou betrekking kunnen hebben op een van de vele inventarisaties die in die periode werden uitgevoerd.