Doorslag van een officiële brief (ambtelijke correspondentie).
Origineel
Doorslag van een officiële brief (ambtelijke correspondentie). 18 november 1940. De Directeur (mogelijk van een afdeling aangeduid met 'HG.'). Directeur van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) te 's-Gravenhage. [Handgeschreven in blauw/zwarte inkt, bovenaan midden:] Verzonden 18/11
[Getypt, rechtsboven:]
HG.
den Heer Directeur van het Centraal
Bureau voor de Statistiek,
te
's – G r a v e n h a g e .
[Getypt, middenregels:]
1/62/40 M. 2 18 November 1940.
[Getypt, hoofdtekst:]
Ten vervolge op mijn brief d.d. 25 October jl. (No.
1/62/28 M.) heb ik de eer U in bijlage dezes alsnog 2 enquête-
formulieren (No.Ch.37) te doen toekomen, genummerd met de volgno.
651 en 652.
[Getypt, rechtsonder:]
De Directeur,
[Handgeschreven in blauw/zwarte inkt, midden:] 22/11/40 [paraaf]
[Handgeschreven in rode inkt, linksonder, omcirkeld:] 1/62/42 * Inhoud: Het document is een begeleidend schrijven bij het nasturen van twee enquêteformulieren (nummers 651 en 652) aan het CBS. Het refereert aan eerdere correspondentie van 25 oktober 1940.
* Administratieve sporen:
* De tekst "Verzonden 18/11" bevestigt de verzending op de dag van datering.
* De handgeschreven datum "22/11/40" met paraaf duidt waarschijnlijk op een ontvangstbevestiging of het moment van archivering bij de ontvangende partij of in het kopieboek.
* De rode omcirkelde code "1/62/42" is vermoedelijk een later toegevoegd dossiernummer of een verwijzing naar een gerelateerd document uit 1942.
* Stijl: Formeel ambtelijk taalgebruik, kenmerkend voor de Nederlandse bureaucratie uit die periode ("heb ik de eer U... te doen toekomen"). Dit document stamt uit de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland (november 1940). Ondanks de bezetting bleven de Nederlandse administratieve organen, zoals het Centraal Bureau voor de Statistiek, functioneren. De afkorting "HG." zou kunnen staan voor een 'Hoofdgroep', onderdeel van de reorganisatie van het bedrijfsleven (de zogenaamde Woltersom-organisatie) die door de bezetter werd geïnitieerd om de economie te beheersen. De enquêtes waarnaar verwezen wordt (No.Ch.37), kunnen betrekking hebben op de registratie van goederen, bedrijven of personen, wat in die tijd essentieel was voor de distributie of de oorlogseconomie.