Ambtelijk verslag / Brief.
Origineel
Ambtelijk verslag / Brief. 6 november 1940. Onbekend (een ambtenaar van de Stadsreiniging of aanverwante dienst, Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Gemeentebedrijven, Alhier (Amsterdam). [Marginaal, linksboven:]
1/62/39
[Midden boven:]
6/11/40 HS
[Rechtsboven:]
Den Heer Wethouder voor de
Gemeentebedrijven
Alhier
[Linkermarge:]
Bewerking en ophalen
van afvallen.
[Marginaal, midden links:]
Met
begeleidende
circulaire,
[Hoofdtekst:]
Ingevolge Uw opdracht doe ik U onderstaand een kort verslag toekomen van de vergadering van de Vereniging van Nederlandsche Gemeenten, gehouden op 31 Oct. j.l., alwaar de door de Gemeentebesturen vast te stellen verordeningen op grond van de Afvallenbesluiten 1940 I en II (Gem. Blad 1940, Afd. 4, Blz. 448), werden besproken. Tal van Gemeentebesturen en diensten waren aldaar vertegenwoordigd; voor Amsterdam waren mijn ambtgenoot van de Stadsreiniging en ondergetekende aanwezig.
Alras werd in principe de vraag van de bestemming, die gegeven moet worden aan de in te zamelen afvallen (van levensmiddelen en dierlijke afvallen), besproken. Door mijn ambtgenoot van de Stadsreiniging en ondergetekende werd bij de discussie aangedrongen op het zoveel mogelijk rekening houden met bestaande plaatselijke toestanden en met bestaande organisaties. Met name doelden wij hier op de schilleboeren, die het overgrote deel van de eetbare afvallen van levensmiddelen gewend zijn op te halen en deze direct naar hun eigen vee (varkens en runderen) vervoederen. Dit principe werd inderdaad als juist erkend; in de concept-verordening zal aan de Gemeentebesturen de mogelijkheid daartoe open gelaten worden en zelfs worden aanbevolen als de meest wenschelijke. In steden waar nog geen gilde van schilleboeren bestaat, zal men daarentegen kunnen en zelfs moeten overgaan tot het centraliseren van de inzameling, teneinde de verzamelde afvallen op een centrale plaats te kunnen verwerken tot veevoeder. Een dergelijk systeem is reeds ingevoerd in Utrecht en Zaandam; het brengt echter grote kosten aan transport, arbeid en loods maken met zich mee, wat voor Amsterdam minder gewenscht is. Het document is een verslag van een ambtenaar aan de wethouder over een bijeenkomst van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). De kern van de rapportage betreft de uitvoering van de landelijke "Afvallenbesluiten" uit 1940.
De belangrijkste punten uit het verslag zijn:
1. Behoud van de schilleboer: De Amsterdamse vertegenwoordigers pleiten voor het behoud van de informele, decentrale inzameling door schilleboeren. Dit systeem is efficiënt omdat het afval direct als veevoer wordt gebruikt zonder tussenkomst van de overheid.
2. Verzet tegen centralisatie: Hoewel steden als Utrecht en Zaandam kiezen voor centrale verwerking (vaak in zogenaamde 'veevoederkeukens'), acht de auteur dit voor Amsterdam te kostbaar vanwege de logistieke en personele lasten.
3. Beleidsvrijheid: De VNG erkent het Amsterdamse standpunt, waardoor gemeenten de vrijheid behouden om bestaande particuliere ophaalsystemen in hun verordeningen op te nemen. Dit document is geschreven in november 1940, enkele maanden na de start van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werd de schaarste aan grondstoffen en voedsel direct voelbaar. De "Afvallenbesluiten 1940" waren onderdeel van een bredere inspanning van de overheid (onder druk van de bezetter of uit noodzaak voor de voedselvoorziening) om verspilling tegen te gaan.
Keukenafval ("schillen") was een cruciale bron van eiwitten voor de veestapel. In de Nederlandse steden was de 'schilleboer' een bekend fenomeen: particulieren die met paard en wagen langs de deuren gingen om organisch afval op te halen voor hun varkens. Terwijl de bezetter vaak stuurde op centrale regie en industrialisatie van afvalverwerking, toont dit document de pragmatische Amsterdamse voorkeur voor het behoud van het bestaande, effectieve gilde van schilleboeren om kosten te besparen en de lokale economie te ondersteunen.