Handgeschreven verzoekschrift aan het gemeentebestuur.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift aan het gemeentebestuur. 20 oktober 1940. W. de Vink, wonende aan de Tollenstraat 76-I-a te Amsterdam (geboren 17-10-1912). Burgemeester en Wethouders van Amsterdam (Handelsinrichtingen Kamer 51, Stadhuis). Amsterdam, 20 October 1940.
№ 967 L.M. 1940 23/10
Aan den Burgemeester, en Wethouder
van Amsterdam
Handelsinrichtingen Kamer 51
Stadhuis
№ 1/62/29 M. 1940 25/10
Hoog Edelachtbare Heer.
Ondergetekende W: de Vink geb: 17-10-12.
en wonende aan de Tollenstraat 76 I à,
neemt langs dezen weg de vrijheid, om
mij tot U, te wenden, met een beleefd,
doch dringend verzoek, Uwen gunst
te mogen verwerven, om mij een
vergunning voor oud papier te
willen doen verstrekken.
Ik ben kort geleden uit de Militaire
dienst ontslagen, en trek geen steun,
daar ik voor een vrouw, en twee kinderen
moet zorgen, had ik gaarne gezien, dat
gij aan mijn bovenomschreven verzoek
zoudt kunnen voldoen, (daar ik al zoveel
jaren in oud papier gehandeld heeft,)
Teken ik bij voorbaat mijn dank, op een
gunstig antwoord Uwerzijds, en met de meeste
Hoogachting
Uw: dw: dnr.
W. de Vink
Tollenstraat 76 I a
Amsterdam (W)
[Tekst in paars stempel]:
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en
Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen stelt deze
in handen van den Heer Directeur van het Markt-
wezen om advies. Ter verdere behandeling.
22 OCT. 1940
A’dam, 24 October 1940 In deze brief verzoekt W. de Vink het Amsterdamse stadsbestuur om een vergunning voor de handel in oud papier. De briefschrijver voert een dringende persoonlijke motivatie aan: hij is kortgeleden ontslagen uit de militaire dienst (waarschijnlijk na de demobilisatie van het Nederlandse leger in mei 1940) en ontvangt momenteel geen sociale uitkering ("steun"). Hij benadrukt dat hij de zorg heeft over een gezin met een vrouw en twee kinderen. Daarnaast wijst hij op zijn vakbekwaamheid door te vermelden dat hij al jarenlange ervaring heeft in de oud-papierhandel.
De ambtelijke afhandeling is zichtbaar door de stempels: het verzoek is op 22 oktober 1940 in behandeling genomen door de Wethouder voor Levensmiddelen en op 24 oktober doorgeleid naar de Directeur van het Marktwezen voor een officieel advies. Dit document stamt uit de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland (oktober 1940). De context is die van een ontwrichte economie waarbij veel gemobiliseerde mannen na de capitulatie in mei 1940 probeerden hun oude beroep weer op te pakken of een nieuwe bron van inkomsten te vinden.
Handel in herbruikbare materialen zoals oud papier werd tijdens de oorlogsjaren steeds belangrijker vanwege de groeiende grondstoffenschaarste. Dergelijke handel was strikt gereguleerd via vergunningstelsels van de gemeente en het Marktwezen. De term "steun" verwijst naar de toenmalige werklozenzorg, die vaak karig was en waarvoor men aan strikte voorwaarden moest voldoen. De brief is een typisch voorbeeld van een burger die via de formele weg probeert zijn bestaanszekerheid te waarborgen in onzekere tijden. W. de Vink Marktwezen Stadhuis