Doorslag van een officiële brief (typewerk op dun carbonpapier).
Origineel
Doorslag van een officiële brief (typewerk op dun carbonpapier). 8 oktober 1940. De Directeur (van een niet nader genoemde instantie, waarschijnlijk een gemeentelijke of provinciale afdeling). [Handgeschreven, bovenaan gecentreerd:]
Extra
[Getypt:]
HG.
den Heer Directeur van het Centraal
Bureau voor de Statistiek,
te
' s - G r a v e n h a g e .
1/62/27 M. 1 8 October 1940.
Ten vervolge op mijn brief d.d. 1 October jl. (No.
1/62/26 M.) heb ik de eer U in bijlage dezes alsnog 1 enquête-formu-
lier (No.Ch.37) te doen toekomen, genummerd met volgno.648.
De Directeur, * Inhoud: Het betreft een zeer korte, formele begeleidende brief voor het nasturen van één specifiek enquêteformulier (nummer 648, behorend bij reeks No.Ch.37). Er wordt verwezen naar een eerdere correspondentie van een week daarvoor.
* Vorm: De tekst is zakelijk en volgt de strikte ambtelijke etiquette van die tijd ("heb ik de eer U... te doen toekomen"). De plaatsnaam 's-Gravenhage is met spaties tussen de letters getypt, wat destijds gebruikelijk was voor adressering op officiële stukken.
* Administratieve sporen: De codes "1/62/27 M." en "1/62/26 M." duiden op een nauwkeurige dossierregistratie, waarbij dit document waarschijnlijk het vervolgstuk is in een lopende zaak. * Tijdsgewricht: De brief is gedateerd op 8 oktober 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland.
* Historische relevantie: In de vroege bezettingsjaren intensiveerde de bureaucratie en de gegevenshonger van zowel de Nederlandse administratie als de bezetter. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) speelde een centrale rol in het verzamelen van data. Enquêtes uit deze periode konden variëren van economische inventarisaties tot meer specifieke registraties onder bevel van het Rijkscommissariaat.
* Mogelijke betekenis van No.Ch.37: Hoewel de brief zelf neutraal is, werden dergelijke enquêteformulieren in deze periode vaak gebruikt voor de registratie van goederen, personeel of bevolkingsgroepen. Zonder de bijlage zelf is de exacte aard van enquête "Ch.37" niet vast te stellen, maar het past in het beeld van de toenemende registratiedrang in 1940.