Ambtelijke brief (waarschijnlijk een doorslag).
Origineel
Ambtelijke brief (waarschijnlijk een doorslag). 5 september 1940. De Directeur (specifieke afdeling niet genoemd, mogelijk verbonden aan de administratie van de gemeente Amsterdam). extra
Ter attentie: ==Kamer 200.== den Heer Directeur
der Publieke Werken,
Raadhuis,
A l h i e r .
1/62/21 M. 2 5 September 1940.
Ingevolge een Uwerzijds gedaan telefonisch verzoek heb
ik de eer U in bijlage dezes een tweetal enquête-formulieren inzake
den handel in oude materialen en afvalstoffen te doen toekomen.
De Directeur, Deze korte zakelijke brief dient als geleidebrief voor het toezenden van enquêteformulieren. De toon is uiterst formeel ("heb ik de eer U... te doen toekomen"), wat kenmerkend is voor de ambtelijke correspondentie van die tijd. De vermelding "Kamer 200" wijst op een specifieke administratieve eenheid binnen het Amsterdamse stadhuis. Het gebruik van gespatieerde letters in "A l h i e r" was een typografische conventie om de plaatsnaam (hier refererend aan de eigen stad) te benadrukken. Het handgeschreven woord "extra" kan duiden op een aanvullende kopie of een specifieke prioritering in het dossier. Het document is gedateerd op 5 september 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode begon de schaarste aan grondstoffen merkbaar te worden. De overheid en de bezettingsmacht kregen toenemende belangstelling voor de "handel in oude materialen en afvalstoffen" (zoals metalen, papier en textiel) vanwege het strategische belang hiervan voor de oorlogseconomie en recycling. Deze enquête was vermoedelijk bedoeld om de sector in kaart te brengen of om voorraden te inventariseren. De Dienst der Publieke Werken speelde een centrale rol in het beheer van de stad en haar infrastructuur, inclusief de afvalverwerking. Gemeente Amsterdam Publieke Werken Stadhuis
Samenvatting
Deze korte zakelijke brief dient als geleidebrief voor het toezenden van enquêteformulieren. De toon is uiterst formeel ("heb ik de eer U... te doen toekomen"), wat kenmerkend is voor de ambtelijke correspondentie van die tijd. De vermelding "Kamer 200" wijst op een specifieke administratieve eenheid binnen het Amsterdamse stadhuis. Het gebruik van gespatieerde letters in "A l h i e r" was een typografische conventie om de plaatsnaam (hier refererend aan de eigen stad) te benadrukken. Het handgeschreven woord "extra" kan duiden op een aanvullende kopie of een specifieke prioritering in het dossier.
Historische Context
Het document is gedateerd op 5 september 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode begon de schaarste aan grondstoffen merkbaar te worden. De overheid en de bezettingsmacht kregen toenemende belangstelling voor de "handel in oude materialen en afvalstoffen" (zoals metalen, papier en textiel) vanwege het strategische belang hiervan voor de oorlogseconomie en recycling. Deze enquête was vermoedelijk bedoeld om de sector in kaart te brengen of om voorraden te inventariseren. De Dienst der Publieke Werken speelde een centrale rol in het beheer van de stad en haar infrastructuur, inclusief de afvalverwerking.