Officieel afschrift van een ministeriële beschikking.
Origineel
Officieel afschrift van een ministeriële beschikking. 26 augustus 1940. – 2 –
De aandacht wordt er op gevestigd, dat het niet voldoen aan bovenbedoelde verplichting kan worden gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van ten hoogste tien duizend gulden.
’s Gravenhage, 26 Augustus 1940.
DE SECRETARIS-GENERAAL,
WND.HOOFD VAN HET DEPARTEMENT
VAN HANDEL, NIJVERHEID EN SCHEEPVAART,
J/C AFSCHRIFT VAN
BESCHIKKING VAN DEN SECRETARIS-GENERAAL VAN HET DEPARTEMENT VAN HANDEL, NIJVERHEID EN SCHEEPVAART INZAKE DE WET VAN 24 JUNI 1939, STAATSBLAD No. 630 (ENQUÊTE OUDE MATERIALEN EN AFVALSTOFFEN).
Gelet op de artikelen, 2, 3, 5 en 6 van de wet van 24 Juni 1939, Staatsblad No. 630 en in overeenstemming met de §§ 2 en 3 van de Verordening, No. 3/1940 van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied, wordt bepaald:
Artikel 1.
Een ieder, die zich bezig houdt met de inzameling, den handel of het sorteeren van oude materialen en afvalstoffen, niet zijnde afvallen van levensmiddelen, is verplicht, overeenkomstig de bepalingen van deze beschikking, te dien aanzien opgave te doen aan het Centraal Bureau voor de Statistiek.
Artikel 2.
Is de inzamelaar, de handelaar of de sorteerder., als in het vorige artikel bedoeld, een naamlooze vennootschap, een stichting, een coöperatie-ve of andere rechtspersoonlijkheid bezittende vereeniging, dan rust de in dat artikel omschreven verplichting op de bestuurders.
Artikel 3.
1. Aan de in artikel 1 omschreven verplichting moet worden voldaan door indiening van een naar waarheid, volledig en zonder voorbehoud ingevuld, gedagteekend en onderteekend formulier.
2. De formulieren, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van deze beschikking door het Centraal Bureau voor de Statistiek rechtstreeks aan de betrokkenen zijn toegezonden, moeten bij dit Bureau worden ingediend.
3. Voor diegenen, op wie de in artikel 1 omschreven verplichting rust, en die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze beschikking nog geen formulier hebben ontvangen, zijn de formulieren verkrijgbaar bij de Gemeentebesturen; zij dienen het formulier in bij het Gemeentebestuur, waarvan zij het hebben ontvangen of het Gemeentebestuur van de plaats hunner inwoning.
4. De indiening der formulieren moet geschieden vóór of op uiterlijk 31 Augustus 1940.
Artikel 4.
Deze beschikking treedt in werking op den dag harer afkondiging.
DE SECRETARIS-GENERAAL VAN HET DEPARTEMENT
VAN HANDEL, NIJVERHEID EN SCHEEPVAART,
No. 1048-'40.
--- * Toon en taalgebruik: Het document is opgesteld in een dwingende, formele juridische taal. Er wordt direct gedreigd met zware sancties (vier jaar gevangenisstraf of een aanzienlijke boete van 10.000 gulden) bij niet-naleving.
* Kernboodschap: Iedereen die professioneel betrokken is bij de handel in of verwerking van oud materiaal en afval (met uitzondering van etensresten) moet hiervan gedetailleerd opgave doen bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
* Juridische grondslag: De beschikking rust op een wet uit 1939 (vóór de bezetting), maar wordt hier gekoppeld aan een verordening van de Rijkscommissaris (Seyss-Inquart), wat de overgang van de Nederlandse wetgeving naar het gezag van de bezetter markeert.
* Urgentie: Er is sprake van een zeer korte deadline. Het document is gedateerd op 26 augustus 1940 en de formulieren moeten uiterlijk 31 augustus 1940 ingediend zijn. Dit wijst op een grote haast bij de overheid/bezetter om inzicht te krijgen in de beschikbare grondstoffen.
--- Dit document stamt uit de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland (mei 1940 - mei 1945). Hoewel het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart een Nederlandse overheidsinstantie was, stonden de Secretarissen-Generaal in deze periode onder direct toezicht en bevel van het Duitse bestuur (het Reichskommissariat).
De "Enquête Oude Materialen en Afvalstoffen" was van cruciaal belang voor de Duitse oorlogseconomie. Vanwege de Britse blokkades en de enorme behoefte van de Wehrmacht aan grondstoffen (zoals ijzer, koper, tin en textiel), begon de bezetter al snel met het inventariseren van alle beschikbare voorraden in bezet gebied. Deze verplichte registratie bij het CBS was de eerste stap naar latere vorderingen en inbeslagnames van metalen en andere materialen voor de Duitse oorlogsindustrie. De betrokkenheid van het CBS toont aan hoe bestaande administratieve apparaten werden ingezet voor de doeleinden van de bezetter.