Dienstbrief / Ambbtelijke correspondentie.
Origineel
Dienstbrief / Ambbtelijke correspondentie. 27 augustus 1940. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke reinigingsdienst of bureau voor grondstoffen). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier. [Links boven:]
1/62/12 M.
[Midden boven, handgeschreven:]
VP/HG.
Maanden 27/8-1940
[Rechts boven:]
Gezien
5-9-40 [onleesbaar signatuur]
[Links:]
1
Communiqué aan de pers in zake
enquête betreffende handel in oude
materialen en afvalstoffen.
[Rechts:]
27 Augustus 1940.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat heden een telefonische mededeeling bij mijn dienst is ingekomen van het Centraal Bureau voor de Statistiek te 's-Gravenhage, houdende, dat het noodig is, dat andermaal een communiqué in de pers wordt geplaatst, teneinde al degenen, die betrokken zijn bij de inzameling van en den handel in oude materialen en afvalstoffen op te roepen, zich alsnog ten kantore van mijn dienst te vervoegen, voor zoo ver zij dit niet bereids hebben gedaan en voor zoo ver zij niet rechtstreeks een enquête-formulier van het Centraal Bureau ter invulling ontvingen.
Ik moge U beleefd verzoeken wel te willen bevorderen, dat een communiqué, zooals hierbij wordt overgelegd, aan de pers wordt verstrekt.
De Directeur, Dit document is een ambtelijk schrijven van kort na de aanvang van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De directeur van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst verzoekt de Wethouder voor de Levensmiddelen om een persbericht te doen uitgaan.
De kern van de brief is de noodzaak om handelaren en inzamelaars van "oude materialen en afvalstoffen" (zoals oud ijzer, papier, textiel) in kaart te brengen via een enquête van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De toon is zeer formeel ("heb ik de eer U te berichten", "Ik moge U beleefd verzoeken").
Opvallend is de administratieve routing: de brief is verzonden op 27 augustus en blijkens de handgeschreven kanttekening rechtsboven pas op 5 september door een hogere instantie of de wethouder zelf "gezien". De datum, augustus 1940, plaatst het document in de beginfase van de bezetting. Grondstoffenschaarste begon direct een rol te spelen, aangezien de aanvoer vanuit het buitenland stokte. Het inventariseren van de handel in afvalstoffen was cruciaal voor de oorlogseconomie en de distributie van schaarse materialen.
In deze periode werden veel zaken die voorheen privaat geregeld waren onder strenger overheidstoezicht geplaatst. Het hergebruik van materialen (recycling) werd door de bezetter gestimuleerd en gecontroleerd om de oorlogsindustrie te voeden. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had in deze tijd een uitgebreid takenpakket dat verder ging dan enkel voedsel; hij was vaak verantwoordelijk voor de algehele distributie en schaarstebestrijding in een gemeente.