Getypt afschrift van een brief.
Origineel
Getypt afschrift van een brief. 28 augustus 1940. Gerhard Johannes Sijmons. De Burgemeester van Amsterdam (niet expliciet bij naam genoemd in de aanhef, maar wel in de tekst als "burgervader"). No.1/62/15 M.1940 AFSCHRIFT.
No.822 L.M.1940.
Amsterdam, 28 Aug. 1940.
Geachte heer.
Aangezien ik u veertien dagen geleden een brief heb geschreven
en nog geen antwoord heb gekregen zou ik gaarne de redenen van u willen
hooren. Reden het schrijven van 14 dagen geleden betreft mijn kaart voor
de Lindegracht daar stond ik met 2de hands goederen ik heb nu vernomen
dat ik deze kaart kwijt ben nu verzoekt ik u edelachtbare om een vergun-
ning voor oud papier enz. te mogen ophalen om zoodoende tog nog een kleine
bestaansmogelijkheid te hebben want ik lijd met mijn gezin verschrikkelijke
armoede Boven- en onderkleeren en schoenen hebben wij niet is het niet
vreeselijk als men ze eigen niet meer verschoonen kan . Het is zelfs zoo
erg, dat ik de twee keer ben afgewezen voor handelsgeld daar ik het tog
zoo hard nodig had wij bennen dan ook zoo maager om dat wij haast nooit
middageten. krijgen Ik zelfs ben 12 kilo afgevallen. De laatste drie maanden
mijn vrouw hetzelfde moeten wij dan de hongerdood sterfen. het loopt er
gauw naar toe. Zoo hoop ik dan ook dat u als burgemeester en burgervader
van Amsterdam mij ter wille zal zijn en mij helpen en steunen in deze
treurige toestand. God zal U hiernamaals er voor beloonen wand wij weeten
geen raad meer met onze ellende. U onderdaaning diens.w.dienaar
w.g. Gerh. Joh. Sijmons,
Noordermarkt 18 II
Centrum. In deze brief schetst Gerhard Johannes Sijmons een ontluisterend beeld van de diepe armoede waarin hij en zijn gezin verkeren. De brief is een wanhoopskreet gericht aan de burgemeester van Amsterdam. De kernpunten zijn:
- Verlies van inkomen: Sijmons had een standplaatsvergunning ("kaart") voor de markt op de Lindegracht voor de verkoop van tweedehands goederen, maar is deze kwijtgeraakt.
- Noodkreet om werk: Hij verzoekt om een nieuwe vergunning om oud papier te mogen ophalen, in de hoop zo een minimale "bestaansmogelijkheid" te creëren.
- Extreme armoede: Hij beschrijft een gebrek aan kleding en schoeisel, en het feit dat zij zich niet meer kunnen verschonen.
- Honger: Er is sprake van acute honger; Sijmons meldt dat hij 12 kilo is afgevallen en dat zijn vrouw in een vergelijkbare conditie verkeert. Hij spreekt letterlijk over de dreiging van de "hongerdood".
- Taalgebruik: Het taalgebruik is eerbiedig maar grammaticaal soms incorrect ("u verzoekt ik", "ze eigen", "bennen", "wand"), wat wijst op een afzender uit de arbeidersklasse met beperkt onderwijs, wiens wanhoop de boventoon voert. De brief dateert van augustus 1940, slechts enkele maanden na de Duitse inval in Nederland (mei 1940). Hoewel de beruchte 'Hongerwinter' pas jaren later zou plaatsvinden, was de economische ontwrichting door de bezetting direct voelbaar, zeker voor de armste lagen van de bevolking in wijken zoals de Jordaan (waar de Noordermarkt en Lindegracht liggen).
De "kaart voor de Lindegracht" verwijst naar de marktvergunningen die in die tijd essentieel waren voor straathandelaren. De Lindegracht was een bekende marktplaats voor tweedehands spullen. Het feit dat Sijmons de burgemeester aanspreekt als "burgervader" past in de toenmalige traditie waarbij burgers zich in tijden van uiterste nood direct tot het hoogste lokale gezag wendden voor steun of interventie. De brief is gemarkeerd als "AFSCHRIFT", wat suggereert dat dit exemplaar onderdeel werd van een ambtelijk dossier bij de gemeente Amsterdam. Gemeente Amsterdam