Getypte instructiepagina (doorslag of stencil) voor het invullen van een enquête of formulier.
Origineel
Getypte instructiepagina (doorslag of stencil) voor het invullen van een enquête of formulier. -2-
Vraag 3 a en b. De bedoeling is door doorhalen van de overige mo-
gelijkheden aan te geven by wie hy inkoopt of inzamelt
en op welke wyze hy dit als regel doet.
c. In de kolom "Gemeenten en/of wyken" aan te geven, in
welke gemeenten (wyken) hy regelmatig komt. Onder wy-
ken in dit geval te verstaan als zoodanig bekende
stadswyken (dus niet enkele straatnamen noemen). In-
dien mogelyk een eenvoudig schetskaartje of gedrukte
plattegrond mede te zenden, waarop deze wykindeling
ongeveer is aangegeven met vermelding van afkortingen
van de wyknamen, men kan dan voor de namen der wyken
op dit formulier ook met die afkortingen volstaan.
d. De overige materialen behoeven niet nader gespecifi-
ceerd te worden.
e. Hier moeten de namen en plaatsnamen ingevuld worden
van de handelaren (byv. tusschen- of groothandelaar)
of bedryven, waaraan men gewoonlyk verkoopt. Wanneer
men aan een bepaalde handelaar alleen bepaalde materi-
alen verkoopt, moet dat materiaal tusschen haakjes
achter zyn naam vermeld worden. Verkoopt men zeer
veel soorten afzonderlyk, dan moeten alleen de voor-
naamste vermeld worden. Heeft men geen vaste afnemers,
ook niet voor bepaalde soorten, dan vermelde men
"telkens andere handelaren in .......... (plaatsnaam)".
Vraag 4. a. De invulling moet zoodanig geschieden, dat, in geval
van meerdere winkels, pakhuizen, enz. in verschillende
wyken of gemeenten, per wyk of gemeente de beschik-
bare ruimten na te gaan zyn, byv.
3 winkels A'dam C. (2)/A'dam O. 120/35 m2 E/H
2 pakhuizen A'dam O./Diemen 200/120 m2 H/H
b. en c. Aantallen en soorten (of nadere omschryving)
in te vullen.
d. Het doel van deze vraag is te weten te komen, hoeveel
man, hoewel in loondienst werkend by een handelaar of
onderneming, in feite als opkooper werkzaam waren.
Deze menschen mogen echter onder geen voorwaarde nog-
maals in de enquète voorkomen, waarvoor zoowel de
handelaar als de opkoopers in kwestie verantwoordelyk
zyn. Het is daarom gewenscht, dat van dit personeel
een lyst bygehouden wordt en voor latere contrôle
door het gemeentebestuur bewaard wordt.
Achter categorie moet ingevuld worden één der cate-
gorieën, die verder in deze toelichting vermeld wor-
den.
Vraag 5. Hierin moet, behalve de vakbond, coöperatie, enz.
waarvan de handelaar deel uitmaakt, vermeld worden,
of de handelaar of onderneming, op grond van eenig
contract, of op eenigerlei andere wyze gebonden is
aan een anderen handelaar of onderneming in deze
branche. De naam en plaatsnaam van dien anderen han-
delaar moet erby vermeld worden.
Het moet nadruklyk onder de aandacht van de onder-
vraagde handelaren gebracht worden, dat deze vraag
volledig beantwoord moet worden, daar zy geneigd zul-
len zyn, bepaalde verhoudingen te verzwygen, omdat zy * Inhoud: Het document bevat toelichtingen bij een enquêteformulier voor de handelssector (mogelijk de lompen-, metaal- of afvalhandel, gezien de termen 'opkooper', 'inzamelt' en 'pakhuizen'). Er wordt gezocht naar gedetailleerde informatie over inkooplocaties, opslagcapaciteit (winkels en pakhuizen in m2) en de juridische/commerciële banden tussen bedrijven.
* Stijl en Spelling: Er wordt gebruikgemaakt van de spelling-Marchant (gebruik van 'y' voor 'ij'), wat gebruikelijk was vóór 1947. De toon is streng en administratief ("onder geen voorwaarde", "nadruklyk onder de aandacht").
* Opvallende details: Er wordt specifiek gevraagd naar plattegronden van stadswijken en er wordt gewaarschuwd dat handelaren mogelijk informatie over hun zakelijke relaties willen achterhouden. De genoemde locaties zijn Amsterdam (A'dam C. en O.) en Diemen. Dit document stamt waarschijnlijk uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) of de directe periode van wederopbouw daarna. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er een strenge controle op grondstoffen, distributie en handelaren (zoals de regelingen van de Rijksbureaus). De vrees dat handelaren relaties zouden "verzwijgen" (Vraag 5) en de noodzaak om precies te weten hoeveel "opkoopers" er actief waren, wijst op een periode van schaarste en strikte overheidsregulering van de informele of secundaire handelsmarkt. De instructie om gegevens te bewaren voor "latere contrôle door het gemeentebestuur" onderstreept de administratieve toezichtsrol in die tijd.