Archiefdocument
Origineel
Johannes H. van Raam Nederlander, 10 Juni '79 te A'dam.
gehuwd Olifantenstraat 10 III
haalt papier op bij winkels Utrechtsestr. + Vijzelgracht e.o.
(koopt niet) - handkar. Marks Egelantierstr kooper.
Ook vodden. Wiers Willemsstraat.
Vrouw werkt. Beroep voddensorteerster, wel ingeschr. Arb.beurs.
Rozeboom Kornelis 20/4/87 Farmsum. Koopt oude schoenen, repareert + verkoopt.
St. Annastraat 5 I
J. J. Willing Cerniens geb. 10-9-72 Goudsbloemstr 33.
Uitdragerij.
W. v d. Neut-Trimb. geb 15-1-1876 1e Tuindwarsstraat 2 I a.
Uitdragerij.
Johannes Cornelis Gerardus Wittebol, Nederlander, 10 Sept 1906 te A'dam.
Ongeh. O.Z. Voorburgwal 8 hs [doorgestreept: Abonn. Drukkery petten fabri...]
wel kostwinner haalt papier op bij winkels (niet koopen). 6 jaar (1 dag zuur / 5 dagen werk.
leent bij Mej. Jongebloed rozenstr 125 bakfiets.
Vodden Jongebloed Willemsstr 73.
Wel ingeschr. ga Arb. beurs. - los werkman. De aantekeningen geven een inkijkje in het dagelijks overleven van de onderklasse in een grote stad aan het begin van de 20e eeuw:
* Recycling en kleinschalige handel: De nadruk ligt op 'vrije' beroepen zoals het ophalen van oud papier en vodden, en het drijven van een uitdragerij (handel in tweedehands goederen). Men ziet een vroege vorm van afvalverwerking waarbij materialen werden verzameld en doorverkocht aan grotere handelaren (zoals Marks of Wiers).
* Logistiek en middelen: Er wordt specifiek vermeld welk materieel wordt gebruikt (handkar, bakfiets) en of dit eigendom is of geleend wordt. Dit was cruciale informatie voor instanties om de zelfredzaamheid en de schaal van de activiteiten te beoordelen.
* Sociale Controle: De vermeldingen over de "Arb.beurs" (Arbeidsbeurs) en de burgerlijke staat wijzen erop dat deze personen onder toezicht stonden van een instantie die de werkgelegenheid en sociale status van de armere bevolking monitorde.
* Geografie: Alle genoemde locaties (Olifantenstraat, Jordaan, O.Z. Voorburgwal) waren indertijd typische volks- en arbeidersbuurten in Amsterdam. In de periode rond 1900-1930 was er in Nederland, en zeker in Amsterdam, sprake van grote armoede. Veel mensen die geen vast werk konden vinden in de opkomende industrie, grepen terug op het verzamelen van afvalstoffen. Vodden en oud papier waren waardevolle grondstoffen voor de textiel- en papierindustrie. De oprichting van de gemeentelijke Arbeidsbeurzen was een poging van de overheid om de chaotische arbeidsmarkt te reguleren en mensen uit de informele sector naar meer stabiele vormen van arbeid te leiden. Documenten zoals deze hielpen ambtenaren om een beeld te krijgen van wie er "echt" werkte en wie afhankelijk was van steun. De opmerking "1 dag zuur / 5 dagen werk" bij Wittebol kan wijzen op een wisselend werkritme of een specifieke taakverdeling binnen zijn werkweek. H. van Raam J. Willing O.Z. Voorburgwal Politie