Getypte brief/memorandum op roze doorslagpapier (waarschijnlijk een minuut of archiefkopie).
Origineel
Getypte brief/memorandum op roze doorslagpapier (waarschijnlijk een minuut of archiefkopie). 9 oktober 1937. De Directeur van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst (waarschijnlijk de reinigingsdienst of een economische afdeling). De Wethouder voor de Levensmiddelen "Alhier" (in dezelfde gemeente). [Handgeschreven, diagonaal:]
Verzonden 9/10 ’37.
[Getypt:]
VP/HG.
1/69/2 M.
1
9 October 1937.
Concept prae-advies ordening
schillenophalersbedrijf.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 17 September j.l. om advies ontvangen stuk no.89 L.M.1935 heb ik de eer U te berichten, dat ik mij met het onderhavige concept volkomen kan vereenigen.
Bij informatie is gebleken, dat de feitelijke gegevens, welke in dit concept zijn verwerkt en welke zijn ontleend aan een dezerzijds ingediend rapport d.d. 12 Februari 1936 (No.1/16/2 M.) sedertdien niet zijn veranderd.
De Directeur, * Afzender: De Directeur van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst (waarschijnlijk de reinigingsdienst of een economische afdeling).
* Ontvanger: De Wethouder voor de Levensmiddelen "Alhier" (in dezelfde gemeente).
* Inhoud: De directeur reageert op een verzoek om advies betreffende de ordening van het "schillenophalersbedrijf". Hij verklaart dat hij het volledig eens is met het conceptvoorstel en bevestigt dat de feiten uit een eerder rapport uit 1936 nog steeds actueel zijn.
* Stijl: Formele, ambtelijke taal, typerend voor de vooroorlogse periode ("heb ik de eer U te berichten", "volkomen kan vereenigen").
* Terminologie: "Prae-advies" is een oude spelling voor preadvies (voorlopig advies). "Kantbrief" verwijst naar een korte mededeling of instructie die vaak in de marge van een ander document werd geschreven. Dit document stamt uit een periode waarin Nederlandse gemeenten probeerden de inzameling van afval en herbruikbare grondstoffen te professionaliseren en te reguleren.
Schillenophalers waren particulieren die langs de deuren gingen om keukenafval (aardappelschillen, broodresten) op te halen, wat vervolgens als veevoer (voornamelijk voor varkens) werd verkocht. In de jaren '30, de crisisjaren, was dit een belangrijke vorm van informele economie, maar het zorgde ook voor hygiënische problemen en overlast. De overheid probeerde dit "bedrijf" te ordenen door middel van vergunningen en reglementen.
Het feit dat er specifiek een Wethouder voor de Levensmiddelen wordt geadresseerd, suggereert dat dit document afkomstig is uit een grote gemeente (zoals Amsterdam of Rotterdam), waar dergelijke specifieke portefeuilles bestonden om de voedselvoorziening en aanverwante hygiëne in goede banen te leiden.