Afschrift van een adviesbrief van Burgemeester en Wethouders (B&W) aan de Gemeenteraad.
Origineel
Afschrift van een adviesbrief van Burgemeester en Wethouders (B&W) aan de Gemeenteraad. September 1937. Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. De Gemeenteraad van Amsterdam. (De tekst is letterlijk overgenomen, inclusief typefouten en afwijkende spelling zoals in het origineel.)
No.89/ L.M.1937. No.1/69/1 M.1937 AFSCHRIFT.
Ordening schillenophalersbedrijf.
Aan den Gemeenteraad. Amsterdam, September 1937.
In Uw vergadering van 19 November 1935 werd in onze handen om prae-advies gesteld een adres van de Schillenophalersvereeniging "Door Eendracht Sterk", houdende verzoek, een vergunningsstelsel in te voeren voor het schillenophalersbedrijf.
Naar aanleiding hiervan doen wij U opmerken, dat een vergunnings_ stelsel, als de adresseerende vereeniging beoogt, zou moeten zijn vast_gelegd in een verordening, welke steunt op art.168 der Gemeentewet. De verordening - en dus het vergunningsstelsel - zou moeten zijn vereischt in het belang der openbare orde, zedelijkheid,en gezondheid of moeten betreffende huishouding der Gemeente.
Wij zijn van oordeel, dat de schillenophalers door de wijze, waarop zij tot nu toe hun bedrijf hebben uitgeoefend, nimmer gevaar hebben opgeleverd voor de opebare orde, de zedelijkheid of de gezondheid, zoodat daaraan geen motief kan worden ontleend tot invoering van het bedoelde vergunningsstelsel.
Het huishoudelijk belang der Gemeente zou bij een verordening, als gevraagd wordt, betrokken kunnen zijn, indien de bestaandvoorwaarden van een bepaalde belangrijke groep van burgers voortdurend zouden worden ondermijnd of betere bestaansmogelijkheden aan haar zouden verschaffen, zonder het algemeen belang te schaden.
Echter is verreweg het grootste deel van de 600 à 700 personen, die zich in Amsterdam bezighouden met het ophalen van schillen woonachtig in andere Gemeente. Blijkens door de adresseerende verveeniging ver_strekte gegevens moet slechts 18% van het gehoemde aantal personen gerekend worden ingezetene van Amsterdam te zijn. Een vergunningsstelsel voor schillenophalers zou derhalve voornamelijk de belangen van niet-Amster_dammers behartigen, zo der dat bijzondere Amsterdamsche belangen zulks vereischem.
Wij zijndaarom van meening, dat bij het vraagstuk der ordening van het schillenophalersbedrijf ook de huishouding der Gemeente niet in den eigenlijken zin van het woord is betrokken en adviseeren U derhalve op het bovenaangehaalde adres afwijzend te beschikken.
Burgemeester en Wethouders
van Amsterdam.
de secretaris Dit document bevat een negatief advies van het college van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam aan de Gemeenteraad betreffende een verzoek van de beroepsvereniging van schillenophalers "Door Eendracht Sterk". De vereniging wenste de invoering van een vergunningsstelsel om de sector te reguleren (ordening).
De belangrijkste argumenten van het college om dit verzoek af te wijzen zijn:
1. Gebrek aan noodzaak voor openbare orde: Er is volgens B&W geen sprake van overlast of gevaar voor de volksgezondheid of zedelijkheid die een dwingende verordening op basis van de Gemeentewet rechtvaardigt.
2. Demografische samenstelling: Uit onderzoek (mede gebaseerd op cijfers van de vereniging zelf) blijkt dat van de circa 600 tot 700 actieve schillenophalers in de stad slechts 18% daadwerkelijk in Amsterdam woont.
3. Lokaal belang: Omdat het merendeel van de schillenophalers van buiten de stad komt, ziet de gemeente geen reden om met een verordening de belangen van "niet-Amsterdammers" te beschermen, aangezien dit niet direct bijdraagt aan de "huishouding" (economisch/sociaal beheer) van de eigen gemeente. In de eerste helft van de 20e eeuw was het ophalen van schillen (keukenafval zoals aardappelschillen) een gangbare praktijk. Dit afval werd opgehaald bij huishoudens en doorverkocht aan boeren als veevoer (voornamelijk voor varkens). Het was een vorm van informele economie die vooral in tijden van crisis (zoals de jaren '30) een belangrijke bron van inkomsten vormde voor de armere bevolking.
De Schillenophalersvereeniging "Door Eendracht Sterk" probeerde middels een vergunningsstelsel waarschijnlijk wildgroei tegen te gaan en de markt te beschermen voor de gevestigde ophalers. De weigering van de gemeente Amsterdam illustreert de terughoudendheid van de overheid om in te grijpen in kleine vrije beroepen, zeker wanneer de meerderheid van de beroepsbeoefenaars van buiten de stadsgrenzen kwam (forensen of mensen uit de omliggende dorpen). Pas later, met de opkomst van de moderne afvalverwerking en strengere hygiënewetgeving, zou dit straatbeeld definitief verdwijnen.