Ambtelijk advies/notitie betreffende beroepsregulering.
Origineel
Ambtelijk advies/notitie betreffende beroepsregulering. (Tekst in de rechterbovenhoek)
De Voorzitter v. de schillen-ophalers-
vereniging „Door Eendracht Sterk” heeft
mij medegedeeld dat de feitelijke gegevens
niet zijn veranderd.
zie brief 1/16/1 v. 36.
6-10-’37
[onleesbare paraaf]
(Hoofdtekst)
Na doorlezing v. d. stukken be-
trekking hebbende op het vraagstuk der
ordening in het schillen-ophalersbedrijf
kan ik geen enkel motief naar voren brengen,
waardoor een andere interpretatie aan de
desbetreffende wetsartikelen kan worden gegeven.
Ik wil er echter op wijzen, dat het argument dat
slechts 18% der schillen-ophalers gerekend worden inge-
zetenen v. Amsterdam te zijn de Gemeente niet belet om
zulks op grond v. huish. belang tot invoering v. een
vergunningstelsel over te gaan.
Tal van venters, vischventers, venters met boter kaas
en eieren, venters met aardappelen gr. en fr., bloemenventers
zijn buiten Amsterdam woonachtig.
Aangezien echter geen heffing ex art. 275 Gemeente-
wet mogelijk is en de contrôle op eventueel te verstrekken
vergunning dus belangloos en wel. door de
ambtenaren belast met de contrôle op de ventver-
gunning zou moeten geschieden, meen ik in over-
weging te moeten geven, uw advies (zie brief
dd. 12 februari 1936 no 1/16/2) te handhaven.
30-9-’37
[Giericke]
(Kanttekeningen in de marge)
Spoed advies
28-9-’37
[onleesbare paraaf] In dit document adviseert een ambtenaar (mogelijk van de juridische afdeling of de politie-inspectie) over de wenselijkheid van een vergunningstelsel voor schillen-ophalers in Amsterdam. De kernpunten zijn:
- Juridische grondslag: Hoewel slechts een klein deel (18%) van de schillen-ophalers in de stad zelf woont, vormt dit juridisch geen beletsel om een vergunningstelsel in te voeren op basis van het "huishoudelijk belang" van de gemeente. Dit wordt vergeleken met andere ambulante handelaren (zoals vis- of bloemenventers) die vaak ook van buiten de stad komen.
- Handhaving en Kosten: De schrijver ziet echter een praktisch probleem. Omdat er op basis van Artikel 275 van de Gemeentewet geen leges (heffingen) kunnen worden gevraagd, zou de handhaving van zo'n stelsel extra werkdruk opleveren voor controleurs zonder dat daar inkomsten tegenover staan.
- Conclusie: Er wordt geadviseerd om vast te houden aan het eerdere negatieve advies uit 1936 en dus geen nieuw vergunningstelsel in te voeren. In de jaren '30 was het ophalen van schillen (keukenafval, met name aardappelschillen) een wijdverbreide vorm van informele economie. De schillen werden opgehaald bij huishoudens en doorverkocht als veevoer aan boeren in de omgeving van de stad. Vanwege de economische crisis was de concurrentie groot en probeerden gemeenten vaak de overlast en de hygiëne te reguleren via vergunningen.
De genoemde vereniging "Door Eendracht Sterk" was een belangenorganisatie voor deze beroepsgroep. Het document illustreert de bureaucratische afweging tussen de wens om de openbare orde te reguleren en de praktische bezwaren van de kosten en handhavingscapaciteit in een tijd van schaarste.