Handgeschreven ambtelijke of juridische notitie.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke of juridische notitie. Belasting van schillenophalers.
Zij ~~hebben~~ "gebruik of genot van voor den
openbaren dienst bestemde gemeentewerken,"
i.c. de straat en wel: "overeenkomstig de
bestemming van het gemeentewerk en dus,
waar het de openbare straat betreft, een
gebruik of genot in overeenstemming met de
verkeersdoeleinden, die bij den gemeentelijken
straataanleg voorzitten." (H.R. 16 Dec. 1920
Admin. en Rechterl. Besl. 1921 bladz. 53). ~~[Onleesbaar]~~
(287) De tekst is een samenvatting van een juridisch precedent met betrekking tot lokale belastingen. De kernvraag is of schillenophalers (destijds kleine ondernemers die groenteafval ophaalden als veevoer) belasting verschuldigd zijn voor het gebruik van gemeentelijke eigendommen (de straat).
In de notitie wordt verwezen naar een arrest van de Hoge Raad. De argumentatie luidt dat het gebruik van de straat door deze ophallers "in overeenstemming met de verkeersdoeleinden" is. Dit is een cruciaal juridisch onderscheid: wanneer iemand de straat gebruikt waarvoor deze bedoeld is (verkeer en transport), is er vaak geen sprake van een 'bijzonder genot' dat belast kan worden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het plaatsen van een kiosk of terras.
De term "i.c." staat voor in casu (in dit geval). De tekst is geschreven in een zakelijk, juridisch handschrift, typerend voor een ambtenaar of jurist uit de vroege 20e eeuw. In de vroege 20e eeuw was de "schillenboer" of "schillenophaler" een bekend figuur in het straatbeeld. Zij haalden organisch afval op bij huishoudens. Gemeenten zochten destijds naar manieren om de inkomsten te vergroten via lokale belastingen (zoals precariobelasting of baatbelasting).
De bronvermelding "Admin. en Rechterl. Besl. 1921 bladz. 53" verwijst naar de periodiek Administratieve en Rechterlijke Beslissingen, een belangrijk naslagwerk voor de overheid waarin jurisprudentie werd verzameld. Het geciteerde arrest van de Hoge Raad van 16 december 1920 is een bekende uitspraak in de geschiedenis van het Nederlandse belastingrecht, waarbij de grens werd getrokken tussen het reguliere gebruik van de openbare weg en belastbaar bijzonder gebruik.