Getypte brief (afschrift).
Origineel
Getypte brief (afschrift). 1 augustus 1940. Destructiebedrijf Overschie N.V. Gekro. No. 1/66/1 M.1940 AFSCHRIFT.
No. 728 L.M.1940.
DESTRUCTIEBEDRIJF OVERSCHIE.
N.V. GEKRO.
Overschie, 1 Augustus 1940.
Bovendijk nr. 131.
Den Edelachtbaren Heer Burgemeester der Gemeente
A m s t e r d a m .
Edelachtbare Heer!
Mogen wij even Uw aandacht voor het navolgende:
Het Bureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd te 's-Gravenhage stelt thans alle pogingen in het werk om zoveel mogelijk dierlijke eiwitten te verzamelen, en hebben hiervoor een schema uitgewerkt voor het gehele land. Tot bedoeld materiaal behoren o.a. ook honden en katten, welke tot nu toe worden verbrand.
Het zal echter nog wel enige tijd duren, vooraleer dit schema zal worden toegepast, en in dien tussentijds gaat veel waardevol materiaal voor ons bedrijf verloren, t.w. de vele honden en katten, die op het ogenblik extra worden opgeruimd.
Ons beleefd verzoek is daarom, te willen bevorderen, dat bedoelde honden en katten op korte termijn door ons bedrijf aan het dierenasyl of de dierenbescherming kunnen worden afgehaald ter destructie.
Bezwaren bij deze instanties wat betreft destructie van honden en katten, zijn weggenomen en kunt U zich hiervan overtuigen bij den Heer Ir. Dols van de V.V.O. te 's-Gravenhage.
Uw gunstig bericht te dezer zake gaarne spoedig tegemoetziende, verblijven wij met de meeste hoogachting,
Destructiebedrijf Overschie
N.V. "G E K R O",
get. onleesbaar.
Voor eensluidend afschrift,
de Secretaris van Amsterdam,
get. Van Lier. In deze brief verzoekt de firma Gekro (Destructiebedrijf Overschie) aan de burgemeester van Amsterdam om toestemming voor het ophalen van dode honden en katten bij dierenasielen en de Dierenbescherming. Het doel hiervan is 'destructie', oftewel het verwerken van deze kadavers tot bruikbare grondstoffen (zoals vetten en beendermeel).
De toon van de brief is zakelijk en utilitair; de dieren worden omschreven als "waardevol materiaal" dat niet langer "verbrand" (gecremeerd) mag worden, maar hergebruikt moet worden voor de productie van dierlijke eiwitten. Opvallend is de vermelding dat er op dat moment "extra" honden en katten worden "opgeruimd", wat mogelijk duidt op de massale euthanasie van huisdieren door eigenaren uit angst voor voedseltekorten of de gevolgen van de oorlog.
Het document is een 'afschrift' (kopie), gewaarmerkt door de secretaris van Amsterdam, Van Lier. De datum van de brief, 1 augustus 1940, plaatst het schrijven in de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. De schaarste aan grondstoffen begon direct voelbaar te worden. Het genoemde "Bureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd" (VVO) was verantwoordelijk voor het optimaliseren van de voedselketen en het herwinnen van alle mogelijke voedingsstoffen en industriële grondstoffen.
De genoemde "Heer Ir. Dols" (M.J.L. Dols) was een sleutelfiguur binnen de VVO en hield zich intensief bezig met de voedselvoorziening en de distributie van schaarse goederen tijdens de oorlogsjaren. De brief illustreert hoe de oorlogseconomie zelfs de kleinste bronnen van eiwit en vet trachtte te exploiteren, waarbij ethische bezwaren van asielen over de verwerking van huisdieren opzij werden geschoven ten gunste van de economische noodzaak.