Getypte ambtelijke brief/advies.
Origineel
Getypte ambtelijke brief/advies. 6 september 1940. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, zoals de Gezondheidsdienst of Openbare Werken). extra
vP/HG.
1/66/2 M.
1
6 September 1940.
Verzoek Destructiebedrijf
Overschie inzake het afhalen
van cadavers ter destructie.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 6 Augustus jl. om advies ontvangen stuk no.728 L.M.1940, waarvan de beantwoording door mijn vacantie werd vertraagd, heb ik de eer U te berichten, dat het inderdaad in de bedoeling schijnt te liggen van de Landsoverheid, om te zijner tijd voorschriften te stellen betreffende de door adressant bedoelde aangelegenheid. Het is nog niet bekend of en in hoeverre de Gemeente eventueel bij de uitvoering der bedoelde voorschriften zal worden betrokken, doch in elk geval heeft de Gemeente hierbij thans, nu nog geen voorschriften bestaan, naar mijn meening, geen taak. Indien adressant cadavers van asyls en dergelijke inrichtingen wil afhalen, kan hij zich rechtstreeks tot deze inrichtingen wenden; hij behoeft daartoe geen vergunning van gemeentewege.
Ik heb de eer U beleefd in overweging te geven den adressant van het vorenstaande mededeeling te doen.
De Directeur, * Inhoud: De directeur adviseert de wethouder over een verzoek van een destructiebedrijf (een bedrijf dat dierlijk afval en kadavers verwerkt) uit Overschie. Het bedrijf wil kadavers ophalen bij asielen en dergelijke instellingen.
* Juridische status: De directeur stelt vast dat er op dat moment (september 1940) nog geen specifieke gemeentelijke regels of taken zijn voor deze activiteit. Hoewel de landelijke overheid van plan is regels op te stellen, is de gemeente op dit moment geen partij.
* Besluit: De aanvrager mag direct zaken doen met de instellingen (zoals asielen) zonder dat daarvoor een aparte gemeentelijke vergunning nodig is.
* Taalgebruik: Het document is opgesteld in de toen gebruikelijke formele ambtelijke stijl ("heb ik de eer U te berichten", "in overweging te geven"). * Tijdsbeeld: Het document dateert van kort na het begin van de Duitse bezetting van Nederland (mei 1940). Hoewel de bezetting al een feit was, draaide het reguliere ambtelijke apparaat in de eerste oorlogsmaanden veelal door op de bestaande structuren.
* Locatie: Overschie was tot 1941 een zelfstandige gemeente, waarna het door Rotterdam werd geannexeerd. De adressering "Alhier" suggereert dat de brief binnen hetzelfde gemeentelijke apparaat bleef (zeer waarschijnlijk Rotterdam, dat al toezicht hield op regionale voorzieningen).
* Destructie: Destructiebedrijven speelden een cruciale rol in de volksgezondheid door het hygiënisch verwerken van dode dieren. In oorlogstijd werd dit extra belangrijk vanwege de schaarste aan grondstoffen (vetten en eiwitten die uit destructie gewonnen konden worden). De opmerking over de "Landsoverheid" die voorschriften gaat stellen, wijst op de toenemende centralisering van het bestuur onder de bezetter.