Dienstbrief / Circulaire van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Dienstbrief / Circulaire van de Gemeente Amsterdam. 4 november 1940. De Gemeentesecretaris van Amsterdam (namens de Burgemeester). GEMEENTE AMSTERDAM
No.478 Bur.G. Kab. [tab] Amsterdam, 4 November 1940.
[Stempel in paars: № 1/95/1 M. 1940]
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER VAN DIT SCHRIJVEN EN DE AFDEELING TE VERMELDEN.
Blijkens een mededeeling, ontvangen vanwege den Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandsche Zaken, is het de wensch der Duitsche autoriteiten, dat beeltenissen van Prins Bernhard uit de dienstlokalen van het Rijk, de provinciën, de gemeenten, de waterschappen, de veenschappen en de veenpolders worden verwijderd.
De Burgemeester moet U derhalve verzoeken, indien een dergelijke beeltenis aldaar aanwezig is, opdracht te geven tot het verwijderen ervan uit de gebouwen en lokalen, welke onder Uw beheer staan.
[tab] De Gemeentesecretaris,
[Handtekening: Voute]
AAN
Hoofden van Administratiën,
Bedrijven en Diensten.
Model G. A. 5
5000-5-'40
[Handgeschreven notitie rechtsboven, mogelijk: "notitie weg"] Dit document is een officiële instructie van de gemeente Amsterdam aan haar onderliggende diensten. De kern van de boodschap is een bevel tot het verwijderen van alle portretten ("beeltenissen") van Prins Bernhard uit openbare en gemeentelijke gebouwen.
Opvallend is het taalgebruik: er wordt gesproken over de "wensch der Duitsche autoriteiten", wat in de context van de bezetting een dwingend bevel betekende. De opdracht wordt via de hiërarchische weg gecommuniceerd: van de Duitse bezetter naar de Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandse Zaken, en vervolgens via de Burgemeester naar de hoofden van de diverse gemeentelijke diensten. Het document dateert van november 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze fase probeerde de bezetter systematisch de symbolen van het Nederlandse koningshuis uit het openbare leven te bannen om de loyaliteit aan de in ballingschap verkerende koningin Wilhelmina en haar familie te ondermijnen.
Prins Bernhard was een specifiek doelwit van deze maatregelen, mede vanwege zijn Duitse achtergrond en zijn rol als symbool van het Nederlands verzet (denk aan de 'Anjerdag' op 29 juni 1940). De ambtenarij, die onder toezicht van de Secretarissen-Generaal bleef functioneren, werd ingezet om deze bezettingsmaatregelen administratief uit te voeren. De ondertekenaar van dit document, de Amsterdamse gemeentesecretaris (mogelijk mr. E.J. Voute, die later door de Duitsers als regeringscommissaris/burgemeester werd aangesteld), fungeert hier als de schakel in het uitvoeren van dit beleid. E.J. Voute G. Kab Gemeente Amsterdam