Officieel schrijven / Circulaire (afschrift).
Origineel
Officieel schrijven / Circulaire (afschrift). 24 oktober 1940. De Secretaris-Generaal, Waarnemend Hoofd van het Departement van Binnenlandsche Zaken (namens deze getekend door de Secretaris van Amsterdam, Van Lier). Heeren Burgemeesters. [Handgeschreven rechtsboven:] Marktv.
[Linksboven, deels handgeschreven/stempel:]
No.1407 A.Z.1940.
996 hm. 1940
No 1/94// M. 1940
[Getypt:] Afschrift.
[Handgeschreven stempel links:]
Gezien
[Paraaf onleesbaar]
DEPARTEMENT VAN BINNENLANDSCHE ZAKEN.
Betreffende: verzending van telegrammen.
No. 3226 Afd.A.S.C.
's-Gravenhage, 24 October 1940.
Ik heb de eer te Uwer kennis te brengen, dat de tusschen de Nederlandsche Burgerautoriteiten onderling gewisselde Regeerings-telegrammen voortaan van vóór-censuur worden vrijgesteld.
Zij kunnen mitsdien ter verzending worden aangeboden - niet per telefoon -, zonder dat zij van een machtigingsstempel van den Befehlshaber der Sicherheitspolizei zijn voorzien.
DE SECRETARIS GENERAAL,
Waarnemend Hoofd van het
DEPARTEMENT VAN BINNENLANDSCHE ZAKEN,
(get.) onleesbaar.
l.S.G.
Voor eensluidend afschrift,
de Secretaris van Amsterdam,
VAN LIER.
Aan
Heeren Burgemeesters. * Kernboodschap: De circulair stelt dat officiële telegrammen tussen Nederlandse burgerlijke autoriteiten (zoals burgemeesters en departementen) niet langer vooraf gecontroleerd hoeven te worden door de Duitse censuur.
* Voorwaarde: Deze vrijstelling geldt alleen voor schriftelijke aanbieding van telegrammen; verzending via de telefoon blijft uitgesloten van deze regeling.
* Juridische context: De tekst refereert direct aan de Befehlshaber der Sicherheitspolizei (SiPo). Dit geeft aan dat de Duitse bezetter op dit punt de controle op de administratieve communicatie iets versoepelt, waarschijnlijk om de efficiëntie van het lokaal bestuur te verhogen.
* Authenticiteit: Het document is een 'eensluidend afschrift', verspreid door de Secretaris van Amsterdam, Van Lier, aan de onder de gemeente ressorterende instanties of omliggende burgemeesters. Dit document stamt uit de beginperiode van de Duitse bezetting van Nederland (mei 1940 - mei 1945). In oktober 1940 was het Duitse bestuur (het Reichskommissariat) volop bezig met de inrichting van de machtsstructuren.
Kort na de inval was alle communicatie onder strikte censuur geplaatst. Dat burgerlijke autoriteiten (zoals burgemeesters) hier nu gedeeltelijk van worden vrijgesteld voor hun onderlinge "Regeerings-telegrammen", wijst op een poging om het ambtelijk apparaat in stand te houden en te laten meewerken met de nieuwe orde. De Secretaris-Generaal van Binnenlandsche Zaken was in deze periode K.J. Frederiks, die probeerde via meewerken de Nederlandse belangen zo goed mogelijk te behartigen (de zgn. politiek van de 'minste weerstand'). De expliciete vermelding van de Sicherheitspolizei onderstreept de constante dreiging en supervisie van het SS-apparaat op het Nederlandse civiele bestuur. K.J. Frederiks S.G. Sicherheitspolizei