Circulaire aan alle radio-distribuanten.
Origineel
Circulaire aan alle radio-distribuanten. MINISTERIE VAN BINNENLANDSCHE ZAKEN
HOOFDBESTUUR DER POSTERIJEN, TELEGRAFIE EN TELEFONIE
MEN GELIEVE BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET ONDERWERP, DE
DAGTEEKENING EN HET NUMMER VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN
NR. 5
BETREFFENDE doorgifte radio-omroepprogramma's en gramofoonmuziek.
BIJLAGE 1
'S-GRAVENHAGE, 25 October 1940
C I R C U L A I R E
-
Ten vervolge op mijn telegram van 21 October jl deel ik U ter nauwkeurige kennisneming het volgende mede:
-
In verband met de vervroegde beëindiging van de Nederlandsche radio-omroepprogramma's is in overleg met de betrokken Duitsche autoriteiten, door den Radioraad een schema opgesteld, waaruit elke radio-distribuant voor zijn categorie op overzichtelijke wijze kan nagaan, wat tot nader order over de geleidingen van zijn distributie-net moet en mag worden doorgegeven.
-
Met dit schema heb ik mij vereenigd. Een exemplaar daarvan is hierbijgevoegd.
-
Ingetrokken worden de dezerzijdsche circulaires van:
24 Juni 1940, No 2, Hbs P.T.T.; 5 Juli 1940, No 1, Hbs P.T.T.; 12 Juli 1940, No 2, Hbs P.T.T.; 9 Augustus 1940, No 1, Hbs P.T.T.; 22 Augustus 1940, No 4, Hbs P.T.T.; 14 September 1940, No 7, Hbs P.T.T., alsmede de telegrammen van 24 September 1940 en 21 October 1940. -
Gehandhaafd blijft de circulaire van den Directeur-Generaal der P.T.T. dd 13 Juli 1940, No 7838 S, betreffende het gebruik van radio-distributie-inrichtingen ten behoeve van de luchtbescherming.
-
Met betrekking tot het schema, vestig ik nog op het volgende Uwe bijzondere aandacht.
a. Op de doorgifte van eigen gramofoonmuziek zijn in het algemeen de bepalingen gesteld in de daartoe verstrekte machtiging van toepassing;
b. tot nader order mag het Wilhelmus niet worden doorgegeven;
c. aangezien wat de buitenlandsche omroepstations betreft, uitsluitend mogen worden doorgegeven de programma's van den Grootduitschen omroep, van het Protectoraat Bohemen en Moravië, van het Gouvernement-Generaal voor het bezette Poolsche gebied en van de zenders aangesloten op een van de evengenoemde, behooren de radio-distribuanten al die maatregelen te nemen, welke noodig zijn om te waarborgen, dat programma's van andere buitenlandsche omroepstations niet worden gedistribueerd. Aangezien overtreding van dit voorschrift voor de radio-distribuanten hoogst onaangename gevolgen kan hebben, wordt nogmaals er op gewezen, dat verschillende distribuanten reeds er toe zijn overgegaan om b.v. de automatische sterkteregeling uit de ontvangtoestellen weg te nemen, terwijl antenne en toestel zoodanig gekoppeld worden, dat overmatige gevoeligheid der ontvangers onderdrukt wordt;
d. de radio-distribuanten, die na het beëindigen der Nederlandsche omroepprogramma's krachtens het schema "eigen gramofoonmuziek" mogen doorgeven, zijn ervoor verantwoordelijk, dat de aankondiging der platen op de voorgeschreven wijze geschiedt, dat niets anders dan gramofoonplaten worden gedistribueerd en dat dus niet geoorloofd is het doorgeven van concerten van plaatselijke muziekgezelschappen of het laten optreden voor de microfoon van voordrachtskunstenaars, personen die lezingen houden, enz. Overtreding van de gestelde bepalingen wordt onherroepelijk met intrekking der verleende faciliteit gestraft.
e. naast de in de Verordening No 40 van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied genoemde marktberichten en aankondigingen van luchtbeschermingsmaatregelen, blijft toegestaan de doorgifte VIA DE EXTRA-PROGRAMMA-MOGELIJKHEID van:
le.
AAN ALLE RADIO-DISTRIBUANTEN.
MODEL HBS 303 (half vel) * Onderwerp: Het document reguleert de inhoud die radiodistributienetten (de 'draadomroep') mogen uitzenden onder het nieuwe regime van de Duitse bezetter.
* Kernpunten:
* Censuur: Er is een strikt verbod op het uitzenden van het Nederlandse volkslied, het Wilhelmus (punt 6b).
* Beperking van nieuwsvoorziening: Alleen zenders uit het Duitse Rijk of door Duitsland bezette gebieden (Bohemen, Moravië, bezet Polen) mogen worden doorgegeven (punt 6c). Hiermee wordt voorkomen dat de bevolking naar de BBC of Radio Oranje luistert.
* Technische sabotage: De PTT adviseert distribuanten om toestellen technisch aan te passen (zoals het verwijderen van de automatische sterkteregeling) zodat 'verboden' zenders minder goed te ontvangen zijn.
* Controle op lokale inhoud: Het is strikt verboden om eigen programma's zoals lezingen of lokale concerten uit te zenden; alleen goedgekeurde grammofoonplaten zijn toegestaan onder strikte voorwaarden (punt 6d).
* Toon: De tekst is formeel maar dreigend ("hoogst onaangename gevolgen", "onherroepelijk met intrekking... gestraft"). Dit document stamt uit de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland (oktober 1940). Het markeert de volledige gelijkschakeling van de media. De radiodistributie was in die tijd een cruciaal medium omdat veel huishoudens via een centrale post (de distribuant) naar de radio luisterden via een kabelsysteem in plaats van een eigen vrije etherontvanger. Dit maakte het voor de bezetter relatief eenvoudig om te controleren wat er in de huiskamers klonk.
De genoemde "Rijkscommissaris" is Arthur Seyss-Inquart. De circulaire illustreert hoe Nederlandse overheidsinstellingen zoals de PTT direct na de inval werden ingeschakeld om de verordeningen van de bezetter uit te voeren en de bevolking af te sluiten van ongefilterde informatie en nationale symbolen.