Ambtsbrief / Circulaire van de Gemeentesecretarie Amsterdam.
Origineel
Ambtsbrief / Circulaire van de Gemeentesecretarie Amsterdam. 5 december 1940. Gemeente-secretaris van Amsterdam, (ondertekend door) J. F. Franken. [Briefhoofd linksboven:]
GEMEENTE-SECRETARIS VAN AMSTERDAM
mr. S. J. VAN LIER
No. 544 Bur. G.
BIJLAGE(N)
[Stempels bovenaan:]
Nº 927
L.M. 1940 9/12
Nº 1/106/1
M. 1940 11/12
[Tekst rechtsboven:]
Marktw. V/M5
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER EN DE AFDEELING VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN
[Plaats en datum:]
AMSTERDAM, 5 December 1940.
[Handgeschreven aantekening rechts:]
m. [onleesbare paraaf]
Th. Boerse
Th. Muller
Inspecteur
(ook voor Vischmarkt)
[Inhoud brief:]
De Beauftragte für die Stadt Amsterdam heeft bepaald, dat de Joodsche leden van den Gemeenteraad, gerekend te zijn ingegaan 30 November j.l., van hun functies als zoodanig zijn ontheven.
Naar aanleiding hiervan gelieve U:
a. aan de Raadsleden:
Mevr. A. van Blitz-Bonn,
Dr. M. de Hartogh,
Mej. A. de Jong,
Dr. B. H. Sajet,
Mevr. E. Teeboom-van West,
Mr. J. J. van der Velde,
D. Wijnkoop
voortaan geen oproepingen meer te doen toekomen voor vergaderingen, noch stukken te zenden, noch inlichtingen te verstrekken, welke vergaderingen, stukken of inlichtingen met het Gemeentebestuur eenigerlei verband houden;
b. aan de onder Uw afdeeling ressorteerende hoofden van administratiën, bedrijven en diensten mede te deelen, dat zij aan bedoelde Raadsleden de onder a. vervatte oproepingen, stukken en inlichtingen niet meer mogen doen toekomen, noch hun toegang mogen verleenen tot gebouwen of terreinen, tot deze administratiën, bedrijven of diensten behoorende.
BT.
[Ondertekening:]
De Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
l.s.
[Adressering linksonder:]
AAN de Chefs der afdeelingen ter Gemeentesecretarie.
[Handgeschreven parafen linksonder:]
gezien
[onleesbare handtekening]
[Links onderaan:]
G.A. 32 Dit document is een cruciaal bewijsstuk van de uitvoering van de vroege anti-Joodse maatregelen door de Nederlandse bureaucreatie tijdens de bezetting.
- De kernboodschap: De brief gelast de onmiddellijke uitsluiting van zeven Joodse raadsleden van alle ambtelijke processen. Zij mogen niet meer worden opgeroepen voor vergaderingen, mogen geen stukken meer inzien en krijgen zelfs een verbod om gemeentelijke gebouwen te betreden.
- Gezag: De maatregel wordt genomen op last van de Beauftragte für die Stadt Amsterdam, Hans Böhmcker, die door de Duitsers was aangesteld om toezicht te houden op het Amsterdamse stadsbestuur.
- Slachtoffers: De lijst bevat prominente Amsterdammers, waaronder de bekende arts Ben Sajet en de communistische politicus David Wijnkoop.
- Bureaucratische collaboratie: Opvallend is de zakelijke, administratieve toon waarmee deze ingrijpende discriminatie wordt gecommuniceerd. Het document toont hoe de bestaande ambtenarij werd ingezet om de verordeningen van de bezetter uit te voeren. In het najaar van 1940 begon de Duitse bezetter met het systematisch verwijderen van Joden uit openbare functies. Dit proces begon in oktober 1940 met de 'Ariërverklaring', waarbij alle ambtenaren moesten verklaren of zij Joods waren. Op 21 november 1940 werden alle Joodse ambtenaren officieel geschorst.
Dit specifieke document van 5 december formaliseert het einde van hun lidmaatschap van de Gemeenteraad, met terugwerkende kracht tot 30 november. Ironisch genoeg staat op het briefpapier nog de naam van mr. S. J. van Lier als Gemeentesecretaris. Van Lier was zelf Joods en was vlak voor het opstellen van deze brief uit zijn functie gezet. Hij werd opgevolgd door J. F. Franken, die de brief daadwerkelijk ondertekende. Dit document markeert hiermee het punt waarop de Amsterdamse politiek 'gezuiverd' (gelijkschakeling) werd van Joodse invloeden.