Handgeschreven brief of memorandum (mogelijk een kopie of concept, gezien de doorstoringen).
Origineel
Handgeschreven brief of memorandum (mogelijk een kopie of concept, gezien de doorstoringen). 13 november 1940. 3) vrijheid erop te wijzen, dat
Koentjes, met medewerking van
een semi-openbare instantie
(de Nederl. Groente- en Fruitcentrale)
in de gelegenheid werd gesteld
om zich als kleinhandelaar in
aardappelen, groente en fruit te
vestigen, zulks op een tijdstip, dat
de handel in aardappelen nog vrij
was. ~~Het~~ Ondergetekende dringt
er daarom met den meesten
nadruk op aan, ~~te~~ in dit geval
niet een bestaande zaak te
vernietigen en alsnog ten
spoedigste aan Koentjes voornoemd
de gevraagde aansluiting bij
de Stichting "Centraal Belang"
toe te staan.
Amsterdam, 13 Nov. '40
v.d. In dit document pleit de schrijver ("Ondergetekende") voor het behoud van de onderneming van een zekere heer of firma Koentjes. Het hoofdpunt van het betoog is dat Koentjes zijn zaak als kleinhandelaar in aardappelen, groente en fruit legaal heeft gestart met hulp van de "Nederl. Groente- en Fruitcentrale", op een moment dat deze handel nog niet aan strikte beperkingen onderhevig was ("nog vrij was").
De schrijver verzoekt met klem om deze bestaande zaak niet te "vernietigen" (op te heffen), maar om Koentjes juist zo snel mogelijk de noodzakelijke "aansluiting" te verlenen bij de Stichting "Centraal Belang". Dit duidt op een bureaucratisch proces waarbij bestaande ondernemers officiële erkenning of lidmaatschap van een overkoepelende organisatie nodig hadden om te mogen blijven voortbestaan. Het document is gedateerd op 13 november 1940, exact zes maanden na de Nederlandse capitulatie in de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de vroege fase van de Duitse bezetting begon de zogenaamde "Gelijkschakeling" en de herinrichting van de Nederlandse economie. De bezetter en de meewerkende Nederlandse bureaucratie trachtten de handel te centraliseren en te reguleren via diverse "schappen" en stichtingen.
De genoemde instanties, zoals de Nederlandsche Groente- en Fruitcentrale en de Stichting Centraal Belang, speelden een cruciale rol in deze nieuwe distributie- en vergunningsstructuur. Veel kleine zelfstandigen kwamen in de knel door nieuwe regelgeving die bedoeld was om het aantal verkooppunten te beperken of te controleren. Deze brief is een typisch voorbeeld van een interventie om een kleine ondernemer te beschermen tegen de dreigende sluiting van zijn zaak als gevolg van deze nieuwe economische ordening. Stichting Centraal Belang
Samenvatting
In dit document pleit de schrijver ("Ondergetekende") voor het behoud van de onderneming van een zekere heer of firma Koentjes. Het hoofdpunt van het betoog is dat Koentjes zijn zaak als kleinhandelaar in aardappelen, groente en fruit legaal heeft gestart met hulp van de "Nederl. Groente- en Fruitcentrale", op een moment dat deze handel nog niet aan strikte beperkingen onderhevig was ("nog vrij was").
De schrijver verzoekt met klem om deze bestaande zaak niet te "vernietigen" (op te heffen), maar om Koentjes juist zo snel mogelijk de noodzakelijke "aansluiting" te verlenen bij de Stichting "Centraal Belang". Dit duidt op een bureaucratisch proces waarbij bestaande ondernemers officiële erkenning of lidmaatschap van een overkoepelende organisatie nodig hadden om te mogen blijven voortbestaan.
Historische Context
Het document is gedateerd op 13 november 1940, exact zes maanden na de Nederlandse capitulatie in de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de vroege fase van de Duitse bezetting begon de zogenaamde "Gelijkschakeling" en de herinrichting van de Nederlandse economie. De bezetter en de meewerkende Nederlandse bureaucratie trachtten de handel te centraliseren en te reguleren via diverse "schappen" en stichtingen.
De genoemde instanties, zoals de Nederlandsche Groente- en Fruitcentrale en de Stichting Centraal Belang, speelden een cruciale rol in deze nieuwe distributie- en vergunningsstructuur. Veel kleine zelfstandigen kwamen in de knel door nieuwe regelgeving die bedoeld was om het aantal verkooppunten te beperken of te controleren. Deze brief is een typisch voorbeeld van een interventie om een kleine ondernemer te beschermen tegen de dreigende sluiting van zijn zaak als gevolg van deze nieuwe economische ordening.