Officieel rapport van de gemeente Amsterdam.
Origineel
Officieel rapport van de gemeente Amsterdam. 21 november 1940. Nº 216/159/M. 1940 11/
R A P P O R T
-----------------
J. Daglooner, oud 31 jaar en wonende Nieuwe Uilenburgerstraat 119 alhier, verzoekt om een erkenning als kleinhandelaar in groenten en fruit.
Hij verklaart van 1925 tot 1938 onafgebroken in de betrokken handel als zelfstandig kleinhandelaar werkzaam te zijn geweest en daarna tot heden met bloemen te hebben gevent. Hij is in het bezit van een ventvergunning onder Serie 13 No 10, welke sedert den datum van afgifte, 1 September 1934, tot 16 April 1935 fruit als artikel aangeeft. Sedert April 1935 tot heden geeft deze vergunning bloemen en planten als artikel aan. Behoudens de hiervoor gememoreerde periode, staat hem geen enkel bewijs ten dienste, dat hij voor 1938 zooveel jaren onafgebroken zou hebben gehandeld met groenten en fruit. Voorts is uit de Administratie van het Marktwezen, afd: Ventcontrole, nog gebleken, dat hij nimmer is verbaliseerd ter zake het venten met een artikel waartoe hij krachtens zijn ventvergunning niet gerechtigd zou zijn. Voorts kan nog gemeld, dat Daglooner sedert 1935 toegang heeft tot de Centrale Markt als bloemenkooper.
Den Heer Bedrijfschef
v/h Marktwezen.
[Handtekening]
Amsterdam 21 November 1940
Controleur,
[Handtekening: S. Lithman(?)]
[Handgeschreven aantekeningen onderaan:]
216/159 /2
21/11-40
5. Dit rapport dient als bewijsvoering voor de beroepsactiviteiten van J. Daglooner. De kernpunten zijn:
* Verzoek: Daglooner wil officieel erkend worden als handelaar in groenten en fruit, waarschijnlijk om zijn bedrijfsvoering te kunnen voortzetten of om aan nieuwe regels te voldoen.
* Historiek: Hij claimt sinds 1925 actief te zijn, maar de administratie kan dit slechts gedeeltelijk bevestigen via zijn ventvergunning uit 1934.
* Verschuiving in handel: Uit de vergunning blijkt dat hij in 1935 is overgestapt van fruit naar bloemen en planten.
* Betrouwbaarheid: De controleur merkt op dat Daglooner een "schoon" dossier heeft bij de Ventcontrole (geen processen-verbaal) en reeds jarenlang toegang heeft tot de Centrale Markt. Dit document is gedateerd op 21 november 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden administratieve controles op markthandelaren verscherpt.
De locatie van de aanvrager is veelzeggend: de Nieuwe Uilenburgerstraat 119 lag in het hart van de Joodse buurt in Amsterdam. Voor Joodse ondernemers en marktkooplieden werd het na de inval steeds belangrijker om hun beroepsstatus officieel vast te leggen vanwege de toenemende uitsluiting en de noodzaak om vergunningen te behouden onder het nieuwe bewind.
Historische bronnen (zoals het Joods Monument) bevestigen dat de hier genoemde Joseph Daglooner (geboren in 1909) inderdaad een marktkoopman was. Dit document vormt een tragisch administratief spoor van iemand die probeerde zijn broodwinning veilig te stellen in een tijd waarin de mazen van het net zich rond de Joodse bevolking sloten. Joseph Daglooner is in 1942 vermoord in Auschwitz.