Ambtelijke brief/rapportage.
Origineel
Ambtelijke brief/rapportage. 16 november 1940 (verzonden op 18 november 1940). Onbekend (ondertekening ontbreekt op deze pagina, waarschijnlijk ambtenaren van de betreffende dienst). Bovenaan handgeschreven: Verzonden 18/11
Rechtsboven: VP/G.
Linksboven: 20/1/3 M
Datum: 16 November 1940.
Voorraadvorming van stapel- en vatgroenten in den a.s. winter.
den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Ten vervolge op hun rapport d.d. 24 October jl. (no. 5672/77 C.D.L.) en mede naar aanleiding van de door Burgemeester en Wethouders op 28 October jl. aan den heer Regeeringscommissaris voor Groente- en Fruitteelt gerichte missive (no. 979 L.M.1940) hebben de ondergeteekenden de eer U te berichten, dat zij met vertegenwoordigers van den groothandel in groente nader overleg hebben gepleegd omtrent de mogelijkheid van het vormen van een voorraad stapel- en vatgroenten op de Centrale Markt te Amsterdam voor den aanstaanden winter. Van de bedoelde besprekingen, welke op 6, 9 en 14 November jl. hebben plaats gehad, zijn korte notities gemaakt, welke hierbij in afschrift worden overgelegd (bijlagen A, B en C.).
Met den handel is tenslotte overeenstemming bereikt omtrent de vorming van een voorraad stapel- en vatgroenten op de Centrale Markt, welke voorraad voor de behoefte van Amsterdam voor twee weken voldoende zal zijn. Uiteraard is het de bedoeling, dat de te vormen voorraad alleen zal worden aangesproken, indien de normale aanvoer, bijvoorbeeld tengevolge van weersomstandigheden, zou stagneeren. Treedt een dergelijke stagnatie niet op, dan moet de voorraad op de Centrale Markt in elk geval aanwezig zijn in de periode van 15 December tot en met 31 Januari a.s., of eventueel tot uiterlijk 15 Februari a.s., als de weersomstandigheden van eind Januari a.s. aanleiding zouden geven, dat de Gemeente langere handhaving van den voorraad wenscht. In dit verband merken ondergeteekenden op, dat eerst aan het einde van de bewaarperiode, met het van de hand doen der in voorraad genomen partyen kan worden begonnen, zoodat - indien de normale aanvoeren ook dan nog blijven voortduren - ongetwijfeld de geheele maand Februari noodig zal zijn, opdat de handel de in voorraad genomen partyen wederom zal kunnen van de hand doen. Het feit, dat de bewaarperiode op 31 Januari of 15 Februari a.s. eindigt, beteekent dus geenszins, dat na dien datum geen voorraden meer op de Centrale Markt aanwezig zouden zijn. * Kern: Het document betreft een afspraak tussen de gemeente Amsterdam en de groothandel om een strategische noodvoorraad groenten aan te leggen voor de winter van 1940-1941.
* Stapel- en vatgroenten: Het gaat hier om houdbare producten. 'Stapelgroenten' zijn groenten die opgelegd kunnen worden (zoals uien, wortelen, kool), 'vatgroenten' zijn geconserveerde groenten (zoals zuurkool).
* Doel: De voorraad dient als buffer voor een periode van twee weken, specifiek bedoeld voor situaties waarin de normale toevoer stokt, bijvoorbeeld door hevige vorst waardoor transport over water of weg bemoeilijkt wordt.
* Logistiek: De voorraad moet fysiek aanwezig zijn op de Centrale Markt (de huidige Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat). De handelaren mogen deze voorraad pas aan het eind van de afgesproken periode (eind januari/half februari) weer regulier gaan verkopen om de roulatie van verse handel niet te verstoren. Dit document is geschreven in november 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de grote hongersnood (Hongerwinter) pas jaren later zou plaatsvinden, was de overheid direct na de inval zeer alert op de voedselvoorziening.
De bemoeienis van de "Regeeringscommissaris voor Groente- en Fruitteelt" wijst op de centralisatie van de voedseldistributie. De angst voor stagnatie door weersomstandigheden was reëel; een strenge winter in combinatie met brandstoftekorten en beperkte transportmiddelen door de oorlogssituatie kon de voedselvoorziening van een grote stad als Amsterdam snel in gevaar brengen. Dit document toont de bureaucratische voorbereidingen om dergelijke tekorten preventief op te vangen.