Getypte ambtelijke nota of verslag van een bespreking.
Origineel
Getypte ambtelijke nota of verslag van een bespreking. 6 november 1940 (met referentie naar december 1939 – maart 1940). Bij stapelgroente is de oplossing iets moeilijker. Goed houdbare producten alsals wortelen, uien en rapen, kunnen eveneens zonder bezwaar op de Centrale Markt in voorraad worden gehouden. Bij kool is dat echter moeilijker, zooals reeds werd verklaard. De vertegenwoordigers van den handel zullen zich omtrent deze aangelegenheid nader beraden. De bespreking omtrent dit onderwerp zal Zaterdag 9 November a.s. worden voortgezet, waarbij de handel met meer exacte gegevens en – zoo mogelijk – met een meer omlijnd voorstel terzake zal komen.
Bespreking op 6 November 1940 met den heer Smeets, Directeur van den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening en den heer Franken, ambtenaar bij dien dienst.
Nadat de Directeur van het Marktwezen den heer Smeets op de hoogte heeft gebracht van de bespreking met den handel, die hierboven is gereleveerd, geeft de heer Broerse onderstaande cijfers inzake den aanvoer van kool en stapelgroente op de Centrale Markt in de maanden December 1939 tot en met Maart 1940.
| Soort | Dec. 1939 | Jan. 1940 | Febr. 1940 | Maart 1940 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Roode kool | kg. | 260.700 | 332.800 | 342.400 | 250.200 |
| Savoie kool | " | 187.500 | 276.600 | 321.100 | 353.800 |
| Groene kool | stuks | 155.700 | 101.100 | 23.100 | 600 |
| Wortelen | kg. | 403.500 | 417.300 | 423.300 | 413.100 |
| Uien | " | 267.600 | 298.000 | 357.400 | 270.900 |
| Koolrapen | " | 213.000 | 251.100 | 279.400 | 225.300 |
| Andijvie | vaten | 50 | - | 30 | 40 |
| Snijboonen | " | 10 | 10 | 130 | 30 |
| Spercieboonen | " | 10 | 20 | 60 | 30 |
| Zuurkool | " | 900 | 900 | 900 | 510 |
| Witte kool | kg. | 9.500 | 2.300 | 9.500 | 7.000 |
| Blikgroenten | " | 84.300 | 59.200 | 69.300 | 64.300 |
Uit deze cijfers blijkt, dat in de wintermaanden ongeveer 1 millioen kg. kool per maand per markt werd aangevoerd en dus werd geconsumeerd. Daarbij komt dan nog het verbruik aan uien, wortelen en vatgroente (Omtrent het verbruik aan vatgroente missen wij betrouwbare cijfers, omdat een belangrijk deel der vatgroente niet over de Centrale Markt wordt verhandeld). Indien men hier voor twee weken voorraad zou willen maken, dan moet op een hoeveelheid van 500.000 kg. gerekend worden. 500.000 kg. stapelgroente tegen een gemiddelden prijs van 7 cent per kg. kosten ƒ 35.000,-. Legt men bovendien een voorraad aan van 1.000 vaten groente à ƒ 25,- (dus voor ƒ 25.000,-), dan is voor een dergelijke voorraadvorming een bedrag van ƒ 60.000,- vereischt.
Het is billijk, dat, indien de handel voor de bedoelde voorraadvorming zorgt, de Gemeente hieraan op eenigerlei wijze bijdraagt. Dit kan geschieden doordien de Gemeente deze voorraden financiert, of wel doordien zij even- [handgeschreven in de kantlijn: verlies] tueel mededraagt, of een bepaald bedrag aan den handel geeft als bijdrage harerzijds. Hieromtrent zal met den handel op 9 November a.s. nader kunnen worden overlegd. In principe is men het er over eens, dat de bedoelde voorraden alleen moeten betreffen de gemakkelijk houdbare stapelgroenten, dus wortelen, uien en rapen, benevens de vatgroenten. Den handel kan dan verder worden overgelaten om voor eigen rekening en risico de koolaanvoer te verzorgen. Dit document vormt een belangrijke primaire bron over de logistieke en economische aspecten van de voedselvoorziening in Nederland aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. De kernpunten zijn:
- Strategische Voorraadvorming: Er wordt nagedacht over het aanleggen van noodvoorraden ("twee weken voorraad") om de bevolking van Amsterdam (impliciet door de referentie naar de Centrale Markt) van voedsel te kunnen blijven voorzien.
- Kwalitatief onderscheid: Men maakt een duidelijk onderscheid tussen "stapelgroenten" (wortelen, uien, rapen), die goed houdbaar zijn, en kool, die moeilijker op te slaan is.
- Financiële verdeling: Er is een discussie gaande over wie het financiële risico draagt. De handgeschreven toevoeging "verlies" bij de passage over de bijdrage van de gemeente onderstreept de angst voor financiële tekorten bij het opslaan van bederfelijke waar.
- Data-gedreven beleid: De nota gebruikt harde aanvoercijfers van de winter van 1939-1940 om de behoefte voor de komende winter (1940-1941) te berekenen. Het document dateert van november 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland (mei 1940). Hoewel de grote hongersnoden nog ver in de toekomst lagen, was de overheid (onder toezicht van de bezetter) direct begonnen met het centraliseren en reguleren van de voedselketen om tekorten te beheersen.
De Centrale Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening speelde hierin een cruciale rol. Het verslag toont de wisselwerking tussen de ambtelijke wereld, het marktwezen en de private handel. Het jaar 1940 was een overgangsjaar waarin nog geprobeerd werd via normale handelskanalen en gemeentelijke steun voorraden aan te leggen, voordat de distributie en rantsoenering gedurende de oorlogsjaren steeds strenger en centralistischer zouden worden.