Getypt verslag / Ambtelijke notitie (pagina 2).
Origineel
Getypt verslag / Ambtelijke notitie (pagina 2). Omstreeks februari 1941 (gebaseerd op de tekstuele inhoud). -2-
Transport: f 5750,-
kosten wegens:
algemeene verzorging, contrôle en
administratie 2 man à f 30,- p.w. f 360,-
f 6110,-
BENOODIGD KAPITAAL VOOR AANKOOP: f 71.000,-.
De Directeur van den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening wyst er in de eerste plaats op, dat hy het tydvak van voorraadvorming tot einde Januari te kort acht. Dit wil immers zeggen, dat de Gemeente na 31 Januari geen zeggenschap over de gevormde voorraden heeft. De handel antwoordt echter, dat er toch minstens een maand mee gemoeid zal zyn om den gevormden voorraad op te ruimen. Men heeft er echter geen bezwaar tegen, naar gelang van de weersomstandigheden den vorenvermelden termyn te verlengen tot 15 Februari 1941. Men wyst erop, dat de kosten tevens zullen dienen om de goede hoedanigheid der artikelen te verzekeren; een en ander spreekt echter vanzelf, omdat dit ten nauwste verband houdt met de opbrengst der goederen. De handel wyst er, evenals in de vorige vergadering, op, dat hy in verband met den te vormen voorraad op de Centrale Markt concurrentie vreest van de grossiers, die gevestigd zyn in den aardappelhoek.
De handel zegt nog, dat hy geen enkele behoefte heeft aan voorraadvorming, omdat veilig aangenomen kan worden, dat alle grossiers voor voldoenden voorraad hebben gezorgd om by een eventueele vorstperiode gedekt te zyn. Men zou veel liever zien, dat de handel geheel buiten de onderhavige aangelegenheid werd gelaten, doch men moet toegeven, dat de Overheid ter verzekering van de voedselvoorziening van de hoofdstad de onderhavige maatregelen moet nemen. Men acht het risico voor den handel zoo groot, dat het niet mogelyk is om een gedeelte der aan den te vormen voorraad verbonden kosten voor rekening van den handel te nemen. Men wyst bovendien nog op het molestrisico, waarmede in de bovenvermelde onkostenspecificatie geen rekening is gehouden.
De vorm van het contract.
De Secretaris zegt, dat het contract met de belanghebbenden (20 à 25 grossiers), dus met name genoemde grossiers zal moeten worden gesloten, omdat een combinatie geen rechtspersoonlykheid heeft en het te lang zou duren voordat deze rechtspersoonlykheid zal hebben verkregen. De Gemeente zal derhalve een hoof delyke aansprakelykheid vorderen. Er zyn echter enkele grossiers in vatgroente, die hiertegen ernstig bezwaar maken. Men wil liever, dat per grossier een contract wordt opgemaakt, waarin deze voor zyn portie aansprakelyk is. Speciaal de heer Wynschenk stelt er namelyk prys op, dat de te vormen voorraad aan vatgroente, voor wat zyn gedeelte betreft, wordt opgeslagen in de onmiddellyke nabyheid van zyn pakhuis. Indien dit niet zou gebeuren, zou hy in zyn zaken voor moeilykheden worden gesteld. De Gemeente zou hiertegen geen bezwaar hebben, doch moet dan zeker aandringen op hoof delyke aansprakelykheid.
Sancties by overtreding van het contract.
De Secretaris acht het gewenscht in het contract op te nemen, dat indien geconstateerd wordt, dat by een grossier niet de voorraad aanwezig is, waarvoor hy zich contractueel heeft verplicht, deze grossier tweemaal 24 uur gelegenheid moet hebben om het ontbrekende aan te vullen, waarna, indien hieraan niet wordt voldaan, een boete wordt verbeurd, welke zal bedragen per dag, dat het gedeelte van den voorraad ontbreekt: voor stapelgroente f 10,- per ton en voor vatgroente f 2,50 per vat.
De Directeur van den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening zegt, dat het wellicht beter is om hiervoor te stellen, dat verbeurd wordt een bedrag van 200% van de waarde van het ontbrekende. De handel maakt echter ernstig bezwaar tegen het opnemen van dergelyke strenge sancties in het contract, welk contract immers voor slechts 6 à 8 weken wordt gesloten.
De waarnemend directeur wyst er op, dat men van hooger hand ongetwyfeld garanties in het contract zal willen zien opgenomen.
De Secretaris oppert de mogelykheid, dat de goederen worden * Economische context: Het document beschrijft de spanning tussen de vrije handel (de grossiers) en de dwingende overheidsbemoeienis in oorlogstijd. De overheid wil voorraden aanleggen om de voedselvoorzekering te garanderen (vooral met het oog op vorstperiodes), terwijl de handelaren dit als een onnodig financieel risico zien.
* Juridische strijdpunten: Er is een duidelijke discussie over 'hoofdelijke aansprakelijkheid' versus individuele contracten. De overheid kiest voor de juridisch makkelijkste weg (één vorm van aansprakelijkheid), terwijl individuele handelaren zoals de heer Wynschenk hun eigen operationele vrijheid en fysieke nabijheid tot de voorraad willen behouden.
* Sancties: De discussie over boetes (vaste bedragen versus 200% van de waarde) toont de harde lijn van de 'Centralen Dienst' aan om naleving af te dwingen, wat door de handel als disproportioneel wordt ervaren voor een kortlopend contract.
* Terminologie: Termen als "molestrisico" (schade door oorlogshandelingen) en "vatgroente" (geconserveerde groenten in vaten, cruciaal voor de wintervoorraad) zijn kenmerkend voor deze periode. Dit document stamt uit de winter van 1940-1941, de eerste winter van de Duitse bezetting in Nederland. De voedselvoorziening werd in deze periode strak gereguleerd door de overheid via de 'Rijksbureaus' en lokale distributiediensten om schaarste en honger onder de bevolking te voorkomen.
De "Centrale Markt" waarnaar wordt verwezen is de Centrale Markthallen in Amsterdam-West. De angst voor een "vorstperiode" was reëel; als de kanalen dichtvroren, stokte de aanvoer van verse groenten naar de steden. Daarom was de vorming van een ijzeren voorraad (zowel stapelgroenten zoals aardappelen en kool, als vatgroenten) een strategische prioriteit. De genoemde datum 15 februari 1941 valt vlak voor de uitbraak van de Februaristaking, een periode van toenemende spanningen in de hoofdstad.