Archiefdocument
Origineel
24 december 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Dienst voor de Voedselvoorziening). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. Bladz. 3
~~XXXXX~~
20/1/12
Amsterdam.
24 December x 40
den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,
Ten aanzien van de voorziening der stad met stapel-
producten bevestig ik hierbij, hetgeen ik U hedenmorgen reeds
mondeling mededeelde namelijk, dat ik terzake op 23 December
jl. een telefonisch onderhoud heb gehad met den directeur der
Nederlandsche Groenten- en Fruitecentrale. Ik heb dezen direc-
teur meegedeeld, dat dezerzijds zoowel met de Rijksverkeers-
inspectie ten aanzien van de benzinevoorziening als met de
Nederlandsche Spoorwegen ten aanzien van het tijdig beschik-
baar stellen van wagons besprekingen met bevredigende resul-
taten hebben plaatsgevonden. Ik heb hem er tevens op gewezen,
dat in Noord-Holland belangrijke partijen stapelgroenten,
onder andere kool en bieten aanwezig zijn. De voorziening van
Amsterdam met deze artikelen zal echter belemmering ondervin-
den, indien geen maatregelen getroffen worden om te bereiken,
dat aan het achterhouden van producten door de telers, die
blijkbaar in de verwachting verkeeren, dat de maximum-prijzen
- hoewel deze reeds vrij hoog zijn - alsnog verder zullen
worden verhoogd, een einde worde gemaakt.
Genoemde directeur heeft mij toegezegd, deze aange-
legenheid in zijn College te zullen bespreken en te bevorderen,
dat zoo noodig zal worden overgegaan tot vordering van de
onderhavige producten van de bedoelde telers. Hij zal mij
hieromtrent op Dinsdag 31 December a.s. nader berichten.
De Directeur, Dit document geeft een inkijkje in de logistieke en economische uitdagingen van de Amsterdamse voedselvoorziening tijdens de eerste winter van de Duitse bezetting. Er komen drie kernproblemen naar voren:
1. Brandstofschaarste: Het overleg met de Rijksverkeersinspectie over de "benzinevoorziening" duidt op het prangende tekort aan brandstof voor wegtransport.
2. Logistiek: De afhankelijkheid van de Nederlandse Spoorwegen voor goederenwagons benadrukt het belang van het spoor voor de bevoorrading van de stad.
3. Speculatie en Prijsbeheersing: Er is sprake van frictie tussen de stad en de producenten (telers in Noord-Holland). De telers houden producten (kool, bieten) achter in de hoop op hogere maximumprijzen. De overheid dreigt hier met "vordering" (het onder dwang opeisen van goederen) om de voedselzekerheid in Amsterdam te garanderen. In december 1940 was Nederland ruim zeven maanden bezet. De voedseldistributie en prijsbeheersing waren strikt gereguleerd door de bezetter en de Nederlandse overheidsinstanties om schaarste en inflatie te beteugelen. De "Nederlandsche Groenten- en Fruitecentrale" was een centraal orgaan dat toezicht hield op deze sector. De brief illustreert de spanningen in de voedselketen: terwijl de stad honger vreest en aandringt op aanvoer, proberen producenten hun inkomsten te maximaliseren binnen de beperkingen van de oorlogseconomie. De genoemde "vordering" was een ingrijpend instrument dat steeds vaker zou worden ingezet naarmate de oorlog vorderde en de tekorten nijpender werden.