Archiefdocument
Origineel
28-11-40 (28 november 1940) 28-11-40
Tel. met Th. van 't Riet
Dir. G. en V. C.
Th. van 't Riet machtigt
den. om op grond
art 5 d jongste regeling
vervoer bewijzen af te
geven van marktplaats
naar opslagplaats en
van deze laatste voor
volgenden dag weer naar
marktplaats
—
Verzocht deze mededeeling
aan Th. Clarié (pl. contr. dienst)
te doen
Meen 28-11, 1 n.m.
gevolg gegeven.
Van venters is geen regeling
te treffen aangezien de
geheele vervoersector op
losse schroeven komt.
Lvz * Onderwerp: De notitie betreft de uitvoering van een specifieke vervoersregeling tijdens de bezettingstijd. Het gaat om het verlenen van machtigingen voor het transport van goederen tussen marktplaatsen en opslaglocaties.
* Sleutelfiguren:
* Th. van 't Riet: Directeur van de "G. en V. C." (waarschijnlijk de Gemeente- en Vervoerscentrale of een vergelijkbare distributie-instantie).
* Th. Clarié: Medewerker van de plaatselijke controledienst (pl. contr. dienst), die op de hoogte gesteld moet worden.
* Juridische grondslag: Er wordt verwezen naar "art 5 d" van een "jongste regeling", wat duidt op de snel veranderende regelgeving omtrent distributie en vervoer in de eerste oorlogsjaren.
* Problematiek: De notitie sluit af met een observatie over "venters" (straatverkopers). Voor hen wordt geen regeling getroffen omdat de gehele vervoerssector "op losse schroeven" staat, wat de instabiliteit en onzekerheid van de logistiek in november 1940 onderstreept. Dit document stamt uit de beginfase van de Duitse bezetting van Nederland (november 1940). In deze periode werden door de bezetter en de Nederlandse departementen talloze verordeningen uitgevaardigd om de economie en de voedselvoorziening onder strikte controle te krijgen.
Vervoersbewijzen waren essentieel om schaarste en zwarte handel te bestrijden. De notitie laat zien hoe lokale ambtenaren en directeuren van nutsbedrijven of distributiediensten probeerden de dagelijkse gang van zaken op de markten te faciliteren binnen de beperkingen van de nieuwe regels. De onzekerheid over de positie van kleine zelfstandigen zoals venters is typerend voor deze periode van transitie naar een volledige distributie-economie.
Samenvatting
- Onderwerp: De notitie betreft de uitvoering van een specifieke vervoersregeling tijdens de bezettingstijd. Het gaat om het verlenen van machtigingen voor het transport van goederen tussen marktplaatsen en opslaglocaties.
- Sleutelfiguren:
- Th. van 't Riet: Directeur van de "G. en V. C." (waarschijnlijk de Gemeente- en Vervoerscentrale of een vergelijkbare distributie-instantie).
- Th. Clarié: Medewerker van de plaatselijke controledienst (pl. contr. dienst), die op de hoogte gesteld moet worden.
- Juridische grondslag: Er wordt verwezen naar "art 5 d" van een "jongste regeling", wat duidt op de snel veranderende regelgeving omtrent distributie en vervoer in de eerste oorlogsjaren.
- Problematiek: De notitie sluit af met een observatie over "venters" (straatverkopers). Voor hen wordt geen regeling getroffen omdat de gehele vervoerssector "op losse schroeven" staat, wat de instabiliteit en onzekerheid van de logistiek in november 1940 onderstreept.
Historische Context
Dit document stamt uit de beginfase van de Duitse bezetting van Nederland (november 1940). In deze periode werden door de bezetter en de Nederlandse departementen talloze verordeningen uitgevaardigd om de economie en de voedselvoorziening onder strikte controle te krijgen.
Vervoersbewijzen waren essentieel om schaarste en zwarte handel te bestrijden. De notitie laat zien hoe lokale ambtenaren en directeuren van nutsbedrijven of distributiediensten probeerden de dagelijkse gang van zaken op de markten te faciliteren binnen de beperkingen van de nieuwe regels. De onzekerheid over de positie van kleine zelfstandigen zoals venters is typerend voor deze periode van transitie naar een volledige distributie-economie.