Doorslag van een officiële brief (typewerk).
Origineel
Doorslag van een officiële brief (typewerk). 25 november 1940. Een ongenoemde directeur (vermoedelijk van een overheidsinstantie of distributiedienst). Handgeschreven:
Verzonden 25/11
Getypt:
den Heer Directeur van de Nederlandsche
Groenten- en Fruitcentrale,
Laan Copes van Cattenburch 62,
D e n H a a g.
20/2/2 M 25 November 1940.
Door ambtenaren van den Crisis Contrôle Dienst is aan ambtenaren van mijn dienst meegedeeld, dat de verkoop van appelen door marktkooplieden en andere straathandelaren bij afzonderlijk Besluit (d.d. 19 November 1940 MDB/LD 2851a/2854/2855) is verboden. Ik heb de eer U beleefd te verzoeken mij, zoo mogelijk spoedig, een afschrift van dit Besluit te doen zenden.
De Directeur, In deze korte, zakelijke correspondentie verzoekt de afzender om een officieel afschrift van een besluit dat de straathandel in appelen verbiedt. De brief illustreert de bureaucratische informatievoorziening tussen verschillende diensten kort na het begin van de Duitse bezetting.
Opvallend is de vermelding van de Crisis Contrôle Dienst (CCD). Hoewel deze dienst al in de jaren '30 werd opgericht om de landbouwcrisis te beheersen, kreeg de CCD tijdens de Tweede Wereldoorlog een cruciale rol in het handhaven van de distributiewetten en het bestrijden van de zwarte handel.
De toon is uiterst formeel ("Ik heb de eer U beleefd te verzoeken"), passend bij de ambtelijke etiquette van die tijd. De spelling is de toenmalige standaard (bijv. "Nederlandsche", "zoo", "afzonderlyk"). De brief dateert van november 1940, een half jaar na de Nederlandse capitulatie. De bezetter begon in deze periode de grip op de Nederlandse voedselvoorziening te verstrakken. Door de verkoop van appelen via de straathandel en markten te verbieden, probeerde de overheid (onder toezicht van de bezetter) de distributieketen te centraliseren.
Dit verbod diende twee doelen:
1. Het voorkomen dat producten buiten het bonnensysteem om werden verkocht (zwarte handel).
2. Het vergemakkelijken van de registratie van voorraden, die mede bedoeld waren voor de export naar Duitsland.
De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale fungeerde hierbij als het centrale orgaan dat de stroom van tuinbouwproducten in goede banen moest leiden. Het feit dat de afzender via-via (via ambtenaren van de CCD) van het verbod hoorde, duidt erop dat de communicatie over nieuwe verordeningen in de chaotische eerste oorlogsmaanden nog niet altijd vlekkeloos verliep.
Samenvatting
In deze korte, zakelijke correspondentie verzoekt de afzender om een officieel afschrift van een besluit dat de straathandel in appelen verbiedt. De brief illustreert de bureaucratische informatievoorziening tussen verschillende diensten kort na het begin van de Duitse bezetting.
Opvallend is de vermelding van de Crisis Contrôle Dienst (CCD). Hoewel deze dienst al in de jaren '30 werd opgericht om de landbouwcrisis te beheersen, kreeg de CCD tijdens de Tweede Wereldoorlog een cruciale rol in het handhaven van de distributiewetten en het bestrijden van de zwarte handel.
De toon is uiterst formeel ("Ik heb de eer U beleefd te verzoeken"), passend bij de ambtelijke etiquette van die tijd. De spelling is de toenmalige standaard (bijv. "Nederlandsche", "zoo", "afzonderlyk").
Historische Context
De brief dateert van november 1940, een half jaar na de Nederlandse capitulatie. De bezetter begon in deze periode de grip op de Nederlandse voedselvoorziening te verstrakken. Door de verkoop van appelen via de straathandel en markten te verbieden, probeerde de overheid (onder toezicht van de bezetter) de distributieketen te centraliseren.
Dit verbod diende twee doelen:
1. Het voorkomen dat producten buiten het bonnensysteem om werden verkocht (zwarte handel).
2. Het vergemakkelijken van de registratie van voorraden, die mede bedoeld waren voor de export naar Duitsland.
De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale fungeerde hierbij als het centrale orgaan dat de stroom van tuinbouwproducten in goede banen moest leiden. Het feit dat de afzender via-via (via ambtenaren van de CCD) van het verbod hoorde, duidt erop dat de communicatie over nieuwe verordeningen in de chaotische eerste oorlogsmaanden nog niet altijd vlekkeloos verliep.