Archief 745
Inventaris 745-315
Pagina 49
Dossier 29
Jaar 1940
Stadsarchief

Doorslag van een officiële brief (ambtelijke correspondentie).

24 januari 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde gemeentelijke afdeling in Amsterdam). Aan: Den Heer D. Vischjager, Nieuwe Prinsengracht 90, Amsterdam-C. (Wijk 10).

Origineel

Doorslag van een officiële brief (ambtelijke correspondentie). 24 januari 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde gemeentelijke afdeling in Amsterdam). Den Heer D. Vischjager, Nieuwe Prinsengracht 90, Amsterdam-C. (Wijk 10). [Handschrift rechtsboven:] h. Muller

[Getypt midden boven:] VP/DV.

[Getypt linksboven:]
25/12/2 M.
n 12

[Getypt rechtsboven:] 24 Januari 1940.

[Getypt midden rechts:]
den Heer D. Vischjager,
Nieuwe Prinsengracht 90,
Amsterdam-C.
Wijk 10.

[Hoofdtekst:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 16 Januari jl. be-
richt ik U, dat U tegen afgifte van bijgaande kwitantie, die door
U voor voldaan moet zijn geteekend, bij den marktambtenaar dienst-
doende op het Waterlooplein een bedrag van f 0,45 kunt terug
ontvangen wegens door U te veel betaald marktgeld. De ingezon-
den betalingsbewijzen gaan hierbij retour.

[Onderaan rechts:]
De Directeur, Het document is een zakelijke mededeling van de Amsterdamse bureaucratie aan een individuele burger, David Vischjager. De brief illustreert de nauwkeurigheid waarmee kleine financiële correcties werden afgehandeld; het gaat hier om een bedrag van slechts 45 cent (Nederlandse gulden).

De ontvanger moet een bijgevoegde kwitantie tekenen ("voor voldaan") en deze inleveren bij de marktambtenaar op de markt zelf (Waterlooplein) om het bedrag contant terug te krijgen. Dit wijst op een systeem waarbij administratieve afhandeling en fysieke uitbetaling strikt gescheiden waren, maar wel nauw verbonden met de werkplek van de betrokkene. De afkorting "jl." staat voor "jongstleden" (afgelopen januari). Deze brief is gedateerd op 24 januari 1940, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland in mei 1940. De ontvanger, David Vischjager (1896-1943), was een bekende Joodse marktkoopman in Amsterdam. Het adres, Nieuwe Prinsengracht 90, lag in het hart van de toenmalige Joodse buurt.

De locatie die in de brief wordt genoemd, het Waterlooplein, was destijds de belangrijkste marktplaats voor Joodse handelaren. Het document biedt een inkijkje in het dagelijks leven en de formele interactie tussen de overheid en Joodse Amsterdammers vlak voor de bezetting. Veel van deze marktkooplieden, waaronder David Vischjager zelf, zouden later het slachtoffer worden van de Holocaust. Dit maakt een ogenschijnlijk triviale brief over een klein bedrag aan marktgeld tot een tastbaar overblijfsel van een gemeenschap die kort daarna systematisch zou worden vernietigd.

Samenvatting

Het document is een zakelijke mededeling van de Amsterdamse bureaucratie aan een individuele burger, David Vischjager. De brief illustreert de nauwkeurigheid waarmee kleine financiële correcties werden afgehandeld; het gaat hier om een bedrag van slechts 45 cent (Nederlandse gulden).

De ontvanger moet een bijgevoegde kwitantie tekenen ("voor voldaan") en deze inleveren bij de marktambtenaar op de markt zelf (Waterlooplein) om het bedrag contant terug te krijgen. Dit wijst op een systeem waarbij administratieve afhandeling en fysieke uitbetaling strikt gescheiden waren, maar wel nauw verbonden met de werkplek van de betrokkene. De afkorting "jl." staat voor "jongstleden" (afgelopen januari).

Historische Context

Deze brief is gedateerd op 24 januari 1940, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland in mei 1940. De ontvanger, David Vischjager (1896-1943), was een bekende Joodse marktkoopman in Amsterdam. Het adres, Nieuwe Prinsengracht 90, lag in het hart van de toenmalige Joodse buurt.

De locatie die in de brief wordt genoemd, het Waterlooplein, was destijds de belangrijkste marktplaats voor Joodse handelaren. Het document biedt een inkijkje in het dagelijks leven en de formele interactie tussen de overheid en Joodse Amsterdammers vlak voor de bezetting. Veel van deze marktkooplieden, waaronder David Vischjager zelf, zouden later het slachtoffer worden van de Holocaust. Dit maakt een ogenschijnlijk triviale brief over een klein bedrag aan marktgeld tot een tastbaar overblijfsel van een gemeenschap die kort daarna systematisch zou worden vernietigd.

Gerelateerde Documenten 4