Getypte brief (doorslag of officieel afschrift).
Origineel
Getypte brief (doorslag of officieel afschrift). 22 maart 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Den Heer E. Zilverberg, Blasiusstraat 55, Amsterdam-Oost. [Handgeschreven in de rechterbovenhoek:]
Zie k. de Kaer.
[Getypt:]
vP/HG.
25/35/2 M.
[Handgeschreven:]
Verzonden 22/3-'40.
[Getypt:]
22 Maart 1940.
den Heer E.Zilverberg,
Blasiusstraat 55,
Amsterdam-Oost.
Wijk 11.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 26 Februari jl.
verleen ik U hierbij tot wederopzegging toestemming zich op
Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat te laten bijstaan -
niet vervangen - door Uw zoon Jacob Zilverberg, geboren 20
Januari 1914. Tevens sta ik U toe, voorloopig voor den tijd
van drie maanden, zich des Zaterdags door Uw voornoemden zoon
op de markt te laten vervangen, wanneer dit voor Uw gezond-
heid wenschelijk is.
De Directeur, Deze brief is een formeel besluit van de Amsterdamse marktmeester of een vergelijkbare functionaris. De heer E. (Elias) Zilverberg had een verzoek ingediend om hulp te krijgen bij zijn marktkraam op de Albert Cuypstraat.
De autoriteiten waren in die tijd zeer strikt wat betreft marktvergunningen: deze waren persoonsgebonden. In de brief wordt expliciet onderscheid gemaakt tussen 'bijstaan' (samen werken) en 'vervangen' (de standplaats alleen beheren). De zoon, Jacob Zilverberg (toen 26 jaar oud), krijgt toestemming om zijn vader bij te staan. Alleen voor de zaterdagen wordt een uitzondering gemaakt: vanwege de gezondheid van de vader mag Jacob hem daar gedurende drie maanden volledig vervangen. Het document dateert van maart 1940, minder dan twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. De familie Zilverberg woonde in de Blasiusstraat in Amsterdam-Oost, een wijk met een grote Joodse populatie.
Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat Elias Zilverberg (geboren in 1883) en zijn gezin slachtoffer zijn geworden van de Holocaust. Elias werd in 1943 in Sobibor vermoord. Zijn zoon Jacob, die in deze brief genoemd wordt als de beoogde helper op de markt, overleed in 1942 in Auschwitz.
Deze brief illustreert de laatste periode van relatieve normaliteit voor de Joodse marktkooplieden in Amsterdam. Kort na de bezetting zouden zij door anti-Joodse maatregelen eerst van de reguliere markten verbannen worden naar specifieke "Jodenmarkten", om uiteindelijk hun middelen van bestaan geheel te verliezen en te worden gedeporteerd.