Archief 745
Inventaris 745-315
Pagina 201
Dossier 24
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtsbrief / Bestuursstede-correspondentie.

12 maart 1940. Van: Onbekende ambtenaar (mogelijk getekend door M. de Baer/Boer, zie aantekening rechtsboven).

Origineel

Ambtsbrief / Bestuursstede-correspondentie. 12 maart 1940. Onbekende ambtenaar (mogelijk getekend door M. de Baer/Boer, zie aantekening rechtsboven). (Handgeschreven rechtsboven:) ter. M. de Baer

VP/HG.

25/36/2 M.

12 Maart 1940.

Straf voor marktkoopman extra (handgeschreven)
S.Zouten.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 1 dezer om advies ontvangen stukken no.233 L.M.1940 heb ik de eer U te berichten, dat de in deze stukken bedoelde marktkoopman, S.Zouten, wonende Louis Bothastraat 12 II, bij besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 30 Juni 1939 (No.522 L.M.1939) is gestraft met ontneming van het recht een plaats op de markten hier ter stede in te nemen voor den tijd van vier maanden, van welke straf aanvankelijk een gedeelte, namelijk een maand is ten uitvoer gelegd, terwijl het overige gedeelte van de straf in werking zou treden, indien Zouten voornoemd binnen den tijd van twee jaar wederom een strafbaar feit op een der markten zou plegen. Blijkens de in den aanhef bedoelde stukken heeft Zouten zich op 21 en op 22 Februari jl. opnieuw aan strafbare feiten op de markt Albert Cuypstraat schuldig gemaakt, waardoor de voorwaarde, die bij de bovenbedoelde straf is gesteld, is voldaan. Ik stel U mitsdien voor wel te willen bevorderen, dat bij besluit van Burgemeester en Wethouders de voorwaardelijk opgelegde straf van drie maanden uitsluiting van de markten thans ten uitvoer wordt gelegd, terwijl Zouten bovendien voor de nieuwe feiten worde gestraft met uitsluiting voor den tijd van twee dagen. Teneinde hem gelegenheid te

(Tekst breekt af onderaan de pagina) Dit document is een ambtelijk advies gericht aan de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen. Het betreft de handhaving van een eerdere tuchtmaatregel tegen een marktkoopman genaamd S. Zouten.

De kern van de zaak is recidive: Zouten had in juni 1939 een voorwaardelijke straf gekregen (drie maanden schorsing van de markt met een proeftijd van twee jaar). Omdat hij op 21 en 22 februari 1940 opnieuw "strafbare feiten" beging op de Albert Cuypmarkt, wordt nu geadviseerd om de voorwaardelijke straf van drie maanden alsnog ten uitvoer te leggen, aangevuld met twee extra dagen uitsluiting voor de nieuwe vergrijpen.

De toon is strikt formeel en juridisch-administratief, kenmerkend voor de gemeentelijke bureaucratie van die tijd. Het gebruik van termen als "kantbrief", "mitsdien" en "ter stede" duidt op de toenmalige ambtelijke taal. Het document dateert van 12 maart 1940, exact twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. In deze periode van vooroorlogse mobilisatie en dreigende schaarste was de rol van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" (destijds de SDAP'er Florentinus Marinus Wibaut jr.) cruciaal voor de distributie en controle op voedselprijzen en marktordening.

De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. De genoemde Louis Bothastraat ligt in de Transvaalbuurt, een wijk die in 1940 een grote Joodse populatie kende. De achternaam 'Zouten' is een bekende Joodse naam in Amsterdam; het document illustreert hiermee de dagelijkse bemoeienis van de overheid met het leven van markthandelaren in deze buurt, vlak voordat de bezettingsmacht ingrijpende anti-Joodse maatregelen zou invoeren die het marktwezen volledig zouden ontwrichten. Hier is echter nog sprake van reguliere Nederlandse marktreglementering.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk advies gericht aan de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen. Het betreft de handhaving van een eerdere tuchtmaatregel tegen een marktkoopman genaamd S. Zouten.

De kern van de zaak is recidive: Zouten had in juni 1939 een voorwaardelijke straf gekregen (drie maanden schorsing van de markt met een proeftijd van twee jaar). Omdat hij op 21 en 22 februari 1940 opnieuw "strafbare feiten" beging op de Albert Cuypmarkt, wordt nu geadviseerd om de voorwaardelijke straf van drie maanden alsnog ten uitvoer te leggen, aangevuld met twee extra dagen uitsluiting voor de nieuwe vergrijpen.

De toon is strikt formeel en juridisch-administratief, kenmerkend voor de gemeentelijke bureaucratie van die tijd. Het gebruik van termen als "kantbrief", "mitsdien" en "ter stede" duidt op de toenmalige ambtelijke taal.

Historische Context

Het document dateert van 12 maart 1940, exact twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. In deze periode van vooroorlogse mobilisatie en dreigende schaarste was de rol van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" (destijds de SDAP'er Florentinus Marinus Wibaut jr.) cruciaal voor de distributie en controle op voedselprijzen en marktordening.

De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. De genoemde Louis Bothastraat ligt in de Transvaalbuurt, een wijk die in 1940 een grote Joodse populatie kende. De achternaam 'Zouten' is een bekende Joodse naam in Amsterdam; het document illustreert hiermee de dagelijkse bemoeienis van de overheid met het leven van markthandelaren in deze buurt, vlak voordat de bezettingsmacht ingrijpende anti-Joodse maatregelen zou invoeren die het marktwezen volledig zouden ontwrichten. Hier is echter nog sprake van reguliere Nederlandse marktreglementering.

Gerelateerde Documenten 4