Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 29 april 1940. G. Jansen, Sloterdijkstraat 13 II, Amsterdam. Nº 25/79/1 M. 1940 30/4 [onleesbare paraaf]
Amsterdam 29/4 1940
Mijnheer
Ondergetekende houder
van voorkeurkaart
Nº 475 van de Alb. Cuyp-
straat verzoekt u hier-
mede tot één Juni
uitstel van het bezoeken
aan den markt daar
hij op het moment op de
markt niets kan verdienen
Hoogachtend
G Jansen
Sloterdijkstraat 13 II
Alhier In deze zakelijke brief verzoekt G. Jansen om een tijdelijke ontheffing van zijn verplichting om op de markt te staan. Als houder van een 'voorkeurkaart' (nummer 475) voor de Albert Cuypstraat in Amsterdam, heeft hij een vaste standplaats. De regelgeving destijds verplichtte kooplieden waarschijnlijk om hun standplaats ook daadwerkelijk te bezetten om hun rechten te behouden.
Jansen vraagt uitstel tot 1 juni 1940. De reden die hij hiervoor opgeeft is puur economisch: hij stelt dat hij op dat moment niets kan verdienen op de markt. Dit duidt op een periode van economische malaise of een specifiek gebrek aan klandizie/voorraad voor zijn handel. De brief is gedateerd op 29 april 1940, slechts elf dagen voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, heerste er grote onzekerheid door de mobilisatie en de algemene oorlogsdreiging in Europa. Dit had directe gevolgen voor de handel en de koopkracht van de Amsterdammers.
De Albert Cuypmarkt was (en is) een centrale plek voor de Amsterdamse straathandel. Het beheer van deze markten was streng gereguleerd door de gemeente (waarschijnlijk de afdeling Marktwezen, gezien de letter 'M' in het referentienummer). Voorkeurkaarten gaven kooplieden rechten op specifieke plekken op basis van anciënniteit of andere criteria. Het feit dat deze brief in een archief is bewaard, wijst erop dat het deel uitmaakte van de officiële correspondentie tussen de burger en het gemeentebestuur. G. Jansen Marktwezen