Officieel schrijven/kennisgeving.
Origineel
Officieel schrijven/kennisgeving. 17 mei 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). [Rechtsboven, handgeschreven in potlood/pen:]
Zie Mr. de Boer
[Linksboven, getypt:]
DV.
[Eronder, getypt:]
25/84/2 M.
[Handgeschreven aantekening naast kenmerk:]
Verzonden 17/5-'40.
[Rechtsonder kenmerk, getypt:]
17 Mei 1940.
[Adresblok, getypt:]
den Heer E. Moscou Sr.,
Weesperstraat 56 II,
Amsterdam-C.
Wijk 10.
[Inhoud brief, getypt:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 3 Mei jl.
verleen ik U hierby tot wederopzegging toestemming zich op Uw
plaats op de markt(en) Albert Cuypstraat
te laten bystaan - niet vervangen - door Uw zoon E. Moscou Jr.
[Ondertekening, getypt:]
De Directeur, * Datum: De brief is gedateerd op 17 mei 1940, slechts enkele dagen na de Nederlandse capitulatie (15 mei 1940). Het laat zien dat de gemeentelijke bureaucratie in de eerste dagen van de bezetting nog 'gewoon' doorliep.
* Inhoud: De heer E. Moscou Sr. krijgt toestemming om zich op zijn standplaats op de Albert Cuypmarkt te laten bijstaan door zijn zoon, E. Moscou Jr. Er wordt expliciet bij vermeld "niet vervangen", wat betekent dat de vader zelf ook aanwezig moest zijn. De toestemming is "tot wederopzegging", een standaard voorbehoud.
* Locatie: De Weesperstraat was destijds een centrale straat in de Joodse buurt van Amsterdam. De Albert Cuypmarkt had een groot aantal Joodse marktkooplieden.
* Taalgebruik: Het gebruik van de 'y' in "hierby" en "bystaan" was destijds nog gangbaar in officiële correspondentie, evenals de beleefdheidsvormen ("den Heer", "Uw"). Dit document is een aangrijpend voorbeeld van de administratieve werkelijkheid voor Joodse Amsterdammers aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. De familie Moscou woonde in de Weesperstraat, een wijk die zwaar getroffen zou worden door de latere deportaties.
Uit historisch onderzoek (o.a. Joods Monument) blijkt dat Elias Moscou Sr. (geboren in 1883) en zijn zoon Elias Moscou Jr. (geboren in 1913) beiden de oorlog niet hebben overleefd; zij zijn in 1943 vermoord in Sobibor. Op het moment dat deze brief werd verzonden, was de marktkoopman waarschijnlijk nog volop bezig met de dagelijkse zorgen over zijn nering en de hulp van zijn zoon, niet wetende welke draconische anti-Joodse maatregelen de bezetter spoedig zou invoeren, waaronder het verbod voor Joden om op markten te staan.