Dienstbrief / Officiële kennisgeving.
Origineel
Dienstbrief / Officiële kennisgeving. 10 augustus 1940. Gemeente Amsterdam, Dienst van het Marktwezen. [Links boven: logo met drie Andreaskruisen en twee leeuwen]
MARKTWEZEN AMSTERDAM HG.
[Midden boven, handgeschreven in potlood:]
verzonden 10/8
TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN
No. 25/153/15 M.
BIJLAGE ________________________
ONDERWERP : ___________________
AMSTERDAM (W.) 10 Augustus 1940.
JAN VAN GALENSTRAAT 14
AAN den Heer A.Roodveldt,
Waterlooplein 54 II,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.
Op grond van het feit, dat U geen geregeld gebruik van de U verleende voorkeurskaart voor de markt Albert Cuypstraat [noot: 'Albert' is later boven de regel getypt] heeft gemaakt, behoort de inschrijving op de sollicitantenlijst voor bovengenoemde markt, ingevolge artikel 10 van het Reglement op de Markten, te worden geschrapt.
Alvorens hiertoe te besluiten roep ik U op om op 14 Aug.a.s. om 9 uur v.m. te komen bij den Inspecteur van mijn dienst, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-West.
De Directeur,
[Onderaan links:]
A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-9-'39-526. * Inhoud: De brief is een formele oproep aan de heer A. Roodveldt. De Dienst van het Marktwezen constateert dat hij zijn voorkeurskaart voor de Albert Cuypmarkt niet regelmatig heeft gebruikt. Volgens het vigerende reglement (artikel 10) dreigt hij hierdoor van de sollicitantenlijst voor deze markt verwijderd te worden. Hij krijgt de gelegenheid om op 14 augustus 1940 zijn zaak toe te lichten bij de Inspecteur.
* Vorm: Het betreft een voorgedrukt formulier (Model No. 8), waarbij de specifieke gegevens (naam, adres, datum, marktnaam en afspraak) met een typemachine zijn ingevuld.
* Bijzonderheden: Er is een handgeschreven notitie "verzonden 10/8", wat bevestigt dat de brief op de dag van datering is verstuurd. De toevoeging "Albert" boven "Cuypstraat" suggereert een correctie tijdens het opstellen van de brief. Dit document is gedateerd op 10 augustus 1940, slechts drie maanden na de aanvang van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief een puur administratieve, bureaucratische toon voert over marktreglementen, is de historische context van groot belang. De geadresseerde, de heer A. Roodveldt, woonde op het Waterlooplein, het hart van de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam.
In de loop van 1940 en 1941 begonnen de bezettingsautoriteiten met het systematisch uitsluiten van Joodse burgers uit het economische leven. Hoewel de reden voor de dreigende schrapping hier wordt gepresenteerd als "geen geregeld gebruik", past dit type administratieve druk in het bredere patroon van de marginalisering van Joodse markthandelaren in die periode. Uit archiefonderzoek (zoals het Joods Monument) blijkt dat meerdere personen met de achternaam Roodveldt op dit adres woonden en slachtoffer zijn geworden van de Holocaust. De brief is daarmee een aangrijpend voorbeeld van hoe de normale gemeentelijke bureaucratie bleef doordraaien terwijl de vervolging in gang werd gezet. A. Roodveldt Gemeente Amsterdam Marktwezen