Archief 745
Inventaris 745-317
Pagina 180
Dossier 24
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven verzoekschrift.

16 augustus 1940. Van: S. Hartog, Meerhuizenstraat 34, Amsterdam. Aan: Directeur van het Marktwezen, Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven verzoekschrift. 16 augustus 1940. S. Hartog, Meerhuizenstraat 34, Amsterdam. Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. № 25/162/1 M. 1940 19/8
A ' Dam 16/8 '40

Aan: Den Directeur van Het Marktwezen alhier.

Mijnheer !!

Ondergetekende Standplaatshouder Alb: Cuypstr (207) en
Westerstraat (105), verkoper van Textielgoederen, verzoekt
hierbij vrijstelling van het betalen van Marktgeld
gedurende de week van 5-12 Augustus j. l., wegens
verbod van Hogerhand tot verkoop van deze artikelen.
Een gunstig antwoord van U te mogen ontvangen
verblijf ik met de meeste Hoogachting

S. Hartog
Meerhuizenstraat 34
Amsterdam In deze brief verzoekt marktkoopman S. Hartog om kwijtschelding van het marktgeld voor zijn standplaatsen op de Albert Cuypstraat (nummer 207) en de Westerstraat (nummer 105). De reden voor dit verzoek is dat hij in de week van 5 tot 12 augustus 1940 zijn textielgoederen niet mocht verkopen vanwege een verbod van "Hogerhand". De tekst is geschreven in de formele, beleefde stijl die gebruikelijk was voor correspondentie met overheidsinstanties in die tijd. De brief dateert van augustus 1940, kort na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Het "verbod van Hogerhand" verwijst naar de vroege distributiemaatregelen en handelsbeperkingen die door de bezettingsautoriteiten werden ingevoerd om de schaarste aan grondstoffen (zoals textiel) te beheersen. De afzender woonde in de Meerhuizenstraat in de Rivierenbuurt, een wijk waar destijds veel Joodse Amsterdammers woonden. Dit document biedt inzicht in de economische moeilijkheden waarmee kleine ondernemers en marktkooplui werden geconfronteerd in de eerste maanden van de oorlog. S. Hartog Marktwezen

Samenvatting

In deze brief verzoekt marktkoopman S. Hartog om kwijtschelding van het marktgeld voor zijn standplaatsen op de Albert Cuypstraat (nummer 207) en de Westerstraat (nummer 105). De reden voor dit verzoek is dat hij in de week van 5 tot 12 augustus 1940 zijn textielgoederen niet mocht verkopen vanwege een verbod van "Hogerhand". De tekst is geschreven in de formele, beleefde stijl die gebruikelijk was voor correspondentie met overheidsinstanties in die tijd.

Historische Context

De brief dateert van augustus 1940, kort na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Het "verbod van Hogerhand" verwijst naar de vroege distributiemaatregelen en handelsbeperkingen die door de bezettingsautoriteiten werden ingevoerd om de schaarste aan grondstoffen (zoals textiel) te beheersen. De afzender woonde in de Meerhuizenstraat in de Rivierenbuurt, een wijk waar destijds veel Joodse Amsterdammers woonden. Dit document biedt inzicht in de economische moeilijkheden waarmee kleine ondernemers en marktkooplui werden geconfronteerd in de eerste maanden van de oorlog.

Genoemde Personen 1

Locaties

Albert Cuypmarkt Westerstraat

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit Kruidenier (Droog): Rijst Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen