Doorslag van een officiële brief (ambtelijke correspondentie).
Origineel
Doorslag van een officiële brief (ambtelijke correspondentie). 26 september 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Marktzaken of een vergelijkbare gemeentelijke dienst in Amsterdam). extra (handgeschreven)
VP/HG.
den Heer S.Groonheim,
Stuyvesantstraat 5 hs,
Amsterdam-West.
Wijk 26B.
25/166/2 M.
26 September 1940.
Naar aanleiding van Uw verzoek om vrijstelling van be-
taling van marktgeld tijdens de periode, dat U niet met textiel-
goederen op de markt mocht staan deel ik U mede, dat dit verzoek
wordt afgewezen. De gevolgen van de maatregelen, welke in verband
met de tijdsomstandigheden noodig zijn, moeten door de burgers
individueel worden gedragen.
De Directeur, De kern van dit document is de afwijzing van een verzoek om financiële tegemoetkoming. De heer S. Groonheim, een marktkoopman in textiel, had verzocht om vrijstelling van het marktgeld voor de periode waarin hij zijn beroep niet mocht uitoefenen. De directie wijst dit verzoek resoluut af met een beroep op de "tijdsomstandigheden".
De toon van de brief is kil en ambtelijk. De formulering dat de gevolgen van overheidsmaatregelen "door de burgers individueel worden gedragen" getuigt van een gebrek aan coulance in de vroege fase van de bezettingstijd. Het document illustreert hoe de bureaucratie onverstoord bleef functioneren, zelfs wanneer de bestaansmiddelen van burgers werden ingeperkt. De datum, 26 september 1940, plaatst dit document in de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode begonnen de eerste beperkende maatregelen effect te krijgen op het dagelijks leven en de economie. De "tijdsomstandigheden" waar de brief naar verwijst, hebben waarschijnlijk te maken met de invoering van de distributie (rantsoenering) van textiel, waardoor veel handelaren hun waar niet meer vrij mochten verkopen.
Daarnaast is de naam van de geadresseerde van historisch belang. Salomon Groonheim was een Joodse Amsterdammer die in de Stuyvesantstraat woonde. Hoewel deze brief nog niet expliciet naar anti-Joodse maatregelen verwijst, zouden deze niet veel later de Joodse marktkooplieden volledig van de markten verdrijven. Salomon Groonheim is, net als vele anderen uit deze buurt, tijdens de Holocaust omgekomen (volgens bronnen als het Joods Monument vermoord in Auschwitz in 1942). Dit document toont een vroege stap in de financiële en professionele verstikking van een burger in de beginjaren van de oorlog. S. Groonheim