Doorslag van een getypte brief (represaille/strafbeschikking).
Origineel
Doorslag van een getypte brief (represaille/strafbeschikking). 19 september 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Marktdienst Amsterdam). Den Heer P.J. Scheen, Van Ostadestraat 330 III, Amsterdam-Zuid. HG.
25/192/5 M. [handgeschreven: 19/9-'40]
[handgeschreven paraaf/krabbel]
19 September 1940.
den Heer P.J. Scheen,
Van Ostadestraat 330 III,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 22.
Mij is gerapporteerd, dat U zich op 7 September jl. op Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat heeft laten vervangen, zonder dat U daarvoor dezerzijds toestemming was verleend. U heeft daarmede de voorwaarde overtreden, die was verbonden aan de U voorwaardelijk opgelegde straf, waarvan U met mijn brief d.d. 11 Juli jl. (No.25/129/3 M.) mededeeling is gedaan. De bedoelde straf, zijnde ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen voor den tijd van één dag, wordt thans ten uitvoer gelegd. Bovendien straf ik U, op grond van de overtreding van 7 September jl. met ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen, eveneens voor den tijd van een dag; beide straffen worden ten uitvoer gelegd op Maandag 23 en Dinsdag 24 September a.s.
De Directeur, Het document is een officiële kennisgeving van een strafmaatregel tegen een marktkoopman, de heer P.J. Scheen. De kern van de overtreding is dat de heer Scheen op 7 september 1940 niet persoonlijk op zijn marktplaats op de Albert Cuypmarkt aanwezig was, maar zich zonder toestemming heeft laten vervangen.
Omdat hij nog een voorwaardelijke straf had uitstaan van een eerdere overtreding in juli van dat jaar, wordt deze nu omgezet in een onvoorwaardelijke straf. Daarbovenop krijgt hij een nieuwe straf voor de huidige overtreding. Het resultaat is een verbod van twee dagen (23 en 24 september 1940) om op de Amsterdamse markten te staan. De toon van de brief is strikt bureaucratisch en illustreert de nauwe controle op de marktreglementen in die tijd. Deze brief dateert van enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland (mei 1940). Hoewel de bezetting al een feit was, bleven de gemeentelijke diensten zoals de Marktdienst in eerste instantie volgens hun eigen reglementen en procedures functioneren.
De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten in Amsterdam. Het verbod op vervanging zonder toestemming was bedoeld om de handel ordelijk te houden en te voorkomen dat marktplaatsen (die schaars waren) informeel werden onderverhuurd of overgedragen. Voor een marktkoopman betekende de ontneming van het recht om een plaats in te nemen voor twee dagen een direct verlies van inkomsten. De ontvanger van de brief, de heer Scheen, woonde in de Van Ostadestraat, een straat direct grenzend aan de Albert Cuypstraat, wat typerend was voor de sociale structuur van de Pijp in die periode, waar veel marktkooplui in de directe nabijheid van de markt woonden. P.J. Scheen