Administratieve kaart/oproep betreffende marktwezen.
Origineel
Administratieve kaart/oproep betreffende marktwezen. 4 oktober 1940 (oproepdatum), met aantekeningen van 2 en 5 oktober 1940. [Bovenzijde links, paars stempel]
Nº 25/200/2 M. 1940
[Bovenzijde rechts, handgeschreven in zwarte inkt]
2/10 JS
[Linkerkolom, gedrukt met handgeschreven aanvullingen]
Opgeroepen per
(datum) 4 Oct '40 (uur) 9 uur
wegens niet geregeld bezetten plaats
op de markt Alb. Cuypstraat
V.K.K. 638
(geen waarsch.)
Aan S. van Praag
Ruyschstraat 106 III
[Rechterkolom, gedrukt met handgeschreven aanvullingen]
Aanteekeningen Inspecteur:
van Praag bedankt
voor voorkeurskaart
2/10 '40
[Handtekening/Paraaf]
[Onderaan rechts, handgeschreven in blauwe inkt]
geb.
gestuurd
5/10 '40 Dit document is een officiële administratieve kaart van de Amsterdamse marktdienst. Het betreft een oproep aan een marktkoopman, S. van Praag, die in de Ruyschstraat woonde. De reden voor de oproep is het "niet geregeld bezetten" van zijn vaste standplaats op de Albert Cuypmarkt.
Opvallend is de aantekening van de inspecteur op 2 oktober 1940. Hierin staat dat Van Praag "bedankt voor voorkeurskaart". In deze context betekent "bedanken" het opzeggen of afstand doen van een recht of functie. Van Praag leverde dus zijn voorkeursrecht op een vaste marktplaats in. De afkorting V.K.K. 638 verwijst vermoedelijk naar zijn inschrijfnummer of een specifieke vereniging van kooplui. De notitie "(geen waarsch.)" suggereert dat de procedure direct werd ingezet zonder voorafgaande waarschuwing, wat duidt op een definitieve beëindiging van de activiteiten. De datum van dit document, oktober 1940, is cruciaal. De Duitse bezetting van Nederland was op dat moment enkele maanden oud en de eerste anti-Joodse maatregelen werden van kracht. De naam "Van Praag" is een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam.
Gedurende de eerste oorlogsjaren werden Joodse marktkooplieden stelselmatig uit het economische leven verdrongen. Hoewel de formele verboden voor Joden om op algemene markten te staan pas later (vanaf 1941) volledig werden geëffectueerd, was de druk op Joodse ondernemers al direct voelbaar. Het feit dat Van Praag zijn voorkeurskaart inleverde, kan een direct gevolg zijn van deze toenemende beperkingen, intimidatie, of het onmogelijk maken van een normale bedrijfsvoering. De Ruyschstraat, waar hij woonde, lag in de Oosterparkbuurt, een wijk die destijds een grote Joodse populatie kende. Dit document vormt daarmee een klein maar tastbaar bewijs van hoe de bezetting en de daaropvolgende vervolging het dagelijks leven en de broodwinning van Amsterdammers ontwrichtten. S. van Praag Marktwezen