Archief 745
Inventaris 745-318
Pagina 9
Dossier 24
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven verzoekschrift / brief.

25 februari 1940 (gebaseerd op de administratieve aantekening bovenaan). Van: H. Haams, (exp.) poelier uit Landsmeer. Aan: Vermoedelijk de marktmeester of het Marktwezen van de gemeente Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven verzoekschrift / brief. 25 februari 1940 (gebaseerd op de administratieve aantekening bovenaan). H. Haams, (exp.) poelier uit Landsmeer. Vermoedelijk de marktmeester of het Marktwezen van de gemeente Amsterdam. $N\underline{o}$ 25/2 10/11 M. 1940
in map

Zoo u ook wel vernomen
zal hebben. dat de kippen
van de albertcuipstraat af zijn
van de markt. heb ik een verzoek
of u alsjeblieft de plaats waar
ik al een jaar of 16 a 17 sta of
dat voor mij even goed open blijft
tot nader orde ik zal het elke week
bij het marktwezen op de albertcuipstr
betalen

H Haams
exp. poelier
post Landsmeer De brief is geschreven door H. Haams, een poelier uit Landsmeer, die al meer dan 16 jaar een vaste staanplaats op de Amsterdamse Albert Cuypmarkt bezet. De kern van het schrijven is een direct gevolg van een besluit waarbij levende kippen van de markt zijn geweerd ("dat de kippen [...] af zijn van de markt"). Haams verzoekt de autoriteiten om zijn vaste plek te mogen behouden, ook al verandert zijn handel of de regelgeving omtrent pluimvee op de markt. Hij toont zich een betrouwbare pachter door te benadrukken dat hij de wekelijkse marktgelden direct bij het kantoor van het Marktwezen aan de Albert Cuypstraat zal blijven voldoen. De schrijfstijl is eenvoudig en beleefd, typerend voor een kleine zelfstandige uit die periode. Het document dateert van februari 1940, de periode van mobilisatie vlak voor de Duitse inval in Nederland. De Albert Cuypmarkt was in deze tijd al een zeer drukke en gereguleerde handelsplaats. De afzender komt uit Landsmeer, een dorp dat destijds (samen met nabijgelegen plaatsen als Watergang) bekendstond om zijn bloeiende pluimveehouderij en eierhandel; veel boeren en poeliers uit die streek verkochten hun producten op de Amsterdamse markten. De vermelding dat kippen "van de markt af zijn" duidt waarschijnlijk op aangescherpte hygiënemaatregelen of een wijziging in de marktverordening die de verkoop van levend pluimvee aan banden legde. De administratieve stempels/kenmerken bovenaan duiden op opname in het archief van de Amsterdamse marktdienst.

Samenvatting

De brief is geschreven door H. Haams, een poelier uit Landsmeer, die al meer dan 16 jaar een vaste staanplaats op de Amsterdamse Albert Cuypmarkt bezet. De kern van het schrijven is een direct gevolg van een besluit waarbij levende kippen van de markt zijn geweerd ("dat de kippen [...] af zijn van de markt"). Haams verzoekt de autoriteiten om zijn vaste plek te mogen behouden, ook al verandert zijn handel of de regelgeving omtrent pluimvee op de markt. Hij toont zich een betrouwbare pachter door te benadrukken dat hij de wekelijkse marktgelden direct bij het kantoor van het Marktwezen aan de Albert Cuypstraat zal blijven voldoen. De schrijfstijl is eenvoudig en beleefd, typerend voor een kleine zelfstandige uit die periode.

Historische Context

Het document dateert van februari 1940, de periode van mobilisatie vlak voor de Duitse inval in Nederland. De Albert Cuypmarkt was in deze tijd al een zeer drukke en gereguleerde handelsplaats. De afzender komt uit Landsmeer, een dorp dat destijds (samen met nabijgelegen plaatsen als Watergang) bekendstond om zijn bloeiende pluimveehouderij en eierhandel; veel boeren en poeliers uit die streek verkochten hun producten op de Amsterdamse markten. De vermelding dat kippen "van de markt af zijn" duidt waarschijnlijk op aangescherpte hygiënemaatregelen of een wijziging in de marktverordening die de verkoop van levend pluimvee aan banden legde. De administratieve stempels/kenmerken bovenaan duiden op opname in het archief van de Amsterdamse marktdienst.

Gerelateerde Documenten 3