Ambtelijke mutatiekaart / dossieromslag (Model No. 14, Algemene Zaken).
Origineel
Ambtelijke mutatiekaart / dossieromslag (Model No. 14, Algemene Zaken). Oktober 1940. [Bovenaan rechts in potlood:] 843
[Kader linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 25/209/1940
DOORGEZONDEN: 11/10
[Handgeschreven tekst centraal:]
M. Cohen
pl. 222 Aleijn
" 206 Prinsengracht
" 252 Westerstraat
Kennisgenomen: Th. v Moerkerken
1/10-40 [Paraaf v. Moerkerken]
10/10-40 [Paraaf v. Moerkerken]
H. Wolff
15-10-40
Aanteekenen op slips. de Haan
24-10-40
de Haan
[Onderaan links in blauw potlood:]
genoteerd
P 25/10
[Voorgedrukte tekst linksonder:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een administratief geleideformulier dat de verwerking van persoonsgegevens van een individu genaamd M. Cohen bijhoudt. De afkorting "pl." voor de adressen staat waarschijnlijk voor "plaats" of verwijst naar een specifieke registerpagina. De genoemde adressen (Prinsengracht 206 en Westerstraat 252) bevinden zich in de Amsterdamse binnenstad/Jordaan.
De namen op het document bevestigen dat dit afkomstig is van het Amsterdamse Bevolkingsregister. Th. van Moerkerken was in die tijd onderdirecteur van deze instantie. De opeenvolgende data in oktober 1940 tonen een nauwgezette bureaucratische gang van zaken, waarbij het dossier door verschillende handen ging (Moerkerken, Wolff, de Haan) voordat het op 25 oktober definitief werd "genoteerd". De instructie "Aanteekenen op slips" is een directe verwijzing naar het bijwerken van de persoonskaarten (steekkaarten) in het register. De datering van dit document (oktober 1940) is historisch zeer significant. Dit is exact de periode waarin de Duitse bezetter de administratieve voorbereidingen trof voor de uitsluiting en vervolging van Joodse burgers. Op 22 oktober 1940 werd Verordening 189/1940 van kracht, die de registratie van alle personen van "geheel of gedeeltelijk joodschen bloede" verplichtte.
Ambtenaren zoals Van Moerkerken speelden een omstreden rol door de uiterst efficiënte bevolkingsboekhouding van Amsterdam ter beschikking te stellen aan de bezetter. Het "aantekenen op slips" in deze specifieke maand wijst hoogstwaarschijnlijk op het aanbrengen van de noodzakelijke markeringen (zoals de latere 'J'-stempel of interne coderingen) in het register, wat de weg vrijmaakte voor de latere deportaties. Dit ogenschijnlijk droge administratieve formulier is daarmee een direct spoor van de vroege stadia van de Holocaust in Nederland. M. Cohen (onderwerp) Th. van Moerkerken (onderdirecteur Bevolkingsregister) H. Wolff de Haan (ambtenaren).