Administratief advies/notitie betreffende een marktplaatsvergunning.
Origineel
Administratief advies/notitie betreffende een marktplaatsvergunning. 23 oktober 1940 – 4 november 1940. [Linksboven, in stempelkader:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 25/213/1 1940
DOORGEZONDEN: 23/10
[Rechtsboven:] 892
[Hoofdtekst:]
G. Broekman, pl. 31 Alb. Cuypstraat
[Rechts in de marge:]
Advies
25-10-40
de Heer
[Lichaam van de tekst:]
Aan G. Broekman kan m.i. in ver-
band met zijn gezondheidstoestand
worden toegestaan, om gedurende drie
maanden zijn plaats op de markt aan de alb. Cuijp-
straat niet in te nemen.
Aangezien Broekman reeds sedert 28 September
j.l. van zijn plaats op de markt geen gebruik
meer heeft gemaakt, eindigt de termijn van
vrijstelling van plaatsbezetting dan 27
December 1940.
(Zie rapport Chef marktopz.)
(Zie ook verklaring huisarts.)
[Onderaan, handtekeningen en data:]
4/11/40 [Paraaf]
31-10-40
[Handtekening, mogelijk 'de Boer']
[In rood krijt/potlood:] 25/213/2 6.
[Voetnoot:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document betreft een ambtelijk advies over het verlenen van een tijdelijke vrijstelling aan een marktkoopman voor het bezetten van zijn standplaats. De heer G. Broekman, houder van standplaats 31 op de Albert Cuypmarkt, kan vanwege zijn gezondheidstoestand zijn werkzaamheden niet uitvoeren.
Er wordt een vrijstelling van drie maanden geadviseerd. Omdat Broekman zijn plaats feitelijk al vanaf 28 september 1940 niet meer heeft ingenomen, wordt deze datum als ingangsdatum gehanteerd. Hierdoor loopt de termijn af op 27 december 1940. Het besluit is gestoeld op extern bewijs: een rapport van de Chef Marktopzicht en een medische verklaring van de huisarts. De verschillende data (23 okt, 25 okt, 31 okt en 4 nov) tonen de administratieve loop van het verzoek door de ambtelijke molen. Het document dateert uit het najaar van 1940, de beginfase van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie bleven de gemeentelijke administratieve processen voor de Amsterdamse markten grotendeels op de gebruikelijke wijze doorlopen.
De Albert Cuypmarkt was in die tijd een essentiële bron van voedselvoorziening en handel voor de stad. Voor marktkooplieden was een dergelijke officiële vrijstelling cruciaal; wie zonder toestemming zijn standplaats gedurende langere tijd onbezet liet, liep het risico de felbegeerde vergunning definitief te verliezen. De verwijzing naar "Alg. Zaken" duidt op de afdeling Algemene Zaken van de gemeente Amsterdam, die verantwoordelijk was voor de marktregulering. G. Broekman M. No Gemeente Amsterdam