Administratieve registratiekaart / dossierstuk.
Origineel
Administratieve registratiekaart / dossierstuk. Periode van 31 oktober 1940 tot 21 november 1940. [Stempel linksboven]
B I J B L A D V A N:
M. No. 25/220/1 1940
DOORGEZONDEN: 6/11
[Rechtsboven]
948
[Hoofdtekst bovenzijde]
B. Leman
Voorkeurskaart 666 Alb Cuypstr.
31/10 '40 gewaarschuwd wegens
niet geregeld ter markt komen.
Hr. v Moerkerken.
Neemt Leman thans geregeld
plaats op markt in?
7-11-40
dethan
[Midden rechts]
Th. Insp.
Mej Beppie Leman bezet sinds
20/11-'40 weder geregeld een losse
plaats op de Alb. markt.
23/11-40. [Parraaf]
[Onderzijde links en midden]
[Parraaf] 21/11 40
Kan als afgedaan worden
beschouwd.
Zie rapport Chef marktopz 20-11-40
dethan
[Voetnoot linksonder]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 * Persoon: De kaart betreft B. Leman, later gespecificeerd als Mej. Beppie Leman. Zij beschikt over "Voorkeurskaart 666" voor de Albert Cuypstraat.
* Probleemstelling: Op 31 oktober 1940 krijgt zij een officiële waarschuwing omdat zij haar plek op de markt niet regelmatig bezet. In het marktwezen kon dit leiden tot het intrekken van de vergunning of voorkeursrechten.
* Procedure:
1. 31-10-1940: Waarschuwing vastgelegd.
2. 07-11-1940: Ambtenaar "dethan" vraagt om een statusupdate aan de heer Van Moerkerken.
3. 20-11-1940: De Chef Marktopzichter stelt een rapport op.
4. 23-11-1940: De Technische Inspectie (Th. Insp.) bevestigt dat zij sinds 20 november weer een "losse plaats" (een tijdelijke plek in plaats van haar vaste voorkeursplek) bezet.
5. 21-11-1940: Het dossier wordt door de administratie als afgehandeld beschouwd.
* Functionarissen: Hr. v Moerkerken, Dethan en de Chef Marktopzichter. Dit document stamt uit november 1940, enkele maanden na de start van de Duitse bezetting van Nederland. De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. In deze periode werden marktregels streng gehandhaafd, mede om de controle op de voedselvoorziening en distributie te behouden.
Hoewel dit document een puur administratieve handeling lijkt betreffende de aanwezigheidsplicht, is de context van 1940 van belang: in deze periode begonnen de eerste beperkende maatregelen tegen Joodse marktkooplieden van kracht te worden. Het niet verschijnen op de markt (wat leidde tot deze waarschuwing) kon diverse achtergronden hebben, variërend van persoonlijke omstandigheden tot de toenemende druk van de bezettingsmacht. De naam Leman is van oudsher veelvoorkomend binnen de Joodse gemeenschap in Amsterdam, wat suggereert dat dit document mogelijk onderdeel is van de administratieve verslaglegging die voorafging aan de latere uitsluiting van Joodse ondernemers van de openbare markten in 1941.